BFTP - Belgian Federation for Tourist Press | Hergé Museum toont de auto’s van Kuifje
37797
post-template-default,single,single-post,postid-37797,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-10.0,wpb-js-composer js-comp-ver-4.12,vc_responsive
 

Belgian Federation of Tourist Press

Hergé Museum toont de auto’s van Kuifje

Het Hergé Museum in Louvain-la-Neuve bestaat 11 jaar. Om deze heuglijke gebeurtenis en de heropening na de corona-maatregelen te vieren, pakt het museum uit met een tijdelijke tentoonstelling over de auto’s die  in de albums van Kuifje voorkomen.

Hergé, de geestelijke vader van Kuifje, had een voorliefde voor sportieve wagens. Hij was dol op snelheid en zijn voorkeur ging vooral uit naar Italiaanse bolides. De tentoonstelling ‘In de auto met Kuifje’ toont stripfragmenten en maquettes van de wagens die in de 24 albums van Kuifje voorkomen. Er staat ook een uniek exemplaar van de Isetta Velam, een ‘bubblecar’-wagentje dat geproduceerd werd door de Italiaanse firma ‘Iso SpA’ van Renzo Rivolta.  Isetta betekent kleine Iso. Deze miniauto baant zich ook een weg in ‘De rally van Molensloot’, het laatste vakje van het album  ‘Cokes in voorraad’. De Isetta kenmerkt zich door een enkele deur aan de voorkant en een kleine spoorbreedte achteraan. Wanneer  je het portier opent, zwaait ook de stuurkolom mee. Als de voorkant ingedeukt raakte, zat de chauffeur opgesloten in de wagen.

De rode racewagen, zonder twijfel een Alfa Romeo in ‘ De sigaren van de Farao’

In de 24 Kuifje-albums komen in totaal slechts vier van Hergé’s auto’s voor.  De Opel Olympia cabriolet uit ‘De scepter van Ottokar’, de auto van de Syldavische spionnen, is dezelfde als die van Hergé in die tijd. Hergé kocht zijn eerste auto in 1938 toen hij 31 was.  Hij had ook een Impéria Mésange, een model uit 1940 dat hij tweedehands kocht en die in ‘De krab met de gulden scharen’ weggesleept wordt door een takelwagen.
In ’Kuifje en het zwarte goud’ bestuurt Kuifje de lancia Aprilia van emir Ben Kalish Ezab. Hergé had er zo een gekocht en hij vond dat een voortreffelijk autootje dat zelfs in die tijd gemakkelijk 140 haalde.
De blauwe Porche 356 met nummer 8 in de grote autorally van de ‘Autoclub’ in Molensloot georganiseerd door Serafijn Lampion, in het album ‘Cokes in voorraad’ refereert ook naar Hergé’s eigen wagen.
De Alfa Romeo of de tweedehands Peugeot die Hergé kocht in 1946 vinden we in geen enkel album terug.

De Isetta Velam

Uniek museum

Het Hergé Museum is een architecturaal pareltje, ontworpen door de Franse architect Christian de Portzamparc.  Het museum is gebouwd aan een uitkant van Louvain-la-Neuve, vlakbij het bois de La Source waar de stad uitsteekt boven het park. Het museum oogt als een langgerekt prisma. Via een loopbrug over de weg, kom je het museum binnen. De ontvangsthal met grote ramen is opgedeeld in volumes waaronder een ruimte voor tijdelijke tentoonstellingen, het eetcafé, de museumwinkel en de garderobe. Een lift brengt de bezoeker naar niveau 3 waar het fabelachtig parcours begint door vier zalen gewijd aan het oeuvre van Hergé. Om het bezoek aan de tijdelijke tentoonstelling nog leuker te maken, krijgen bezoekers ook een quizboekje.

Info: www.museeherge.com

De 2PK van Jansen en Janssen uit ‘De zaak Zonnebloem’ (1956)

Perscontact: Viviane Vandeninden  viviane.vandeninden@klach.be
Foto bovenaan: De Lancia Aurelia uit ‘De zaak zonnebloem’ (1956)

Verslag: Rita Goethals