BFTP - Belgian Federation for Tourist Press | Paul Delvaux: de man die van treinen hield
30604
single,single-post,postid-30604,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-10.0,wpb-js-composer js-comp-ver-4.12,vc_responsive
 

Belgian Federation of Tourist Press

IMG_0014 (1) kopie

Paul Delvaux: de man die van treinen hield

IMG_0097 kopieOp maandag 21 oktober werden we ontvangen in het station van Brussel Zuid. Hier nemen we de speciale Paul Delvaux trein naar Train World.  Deze trein is versierd met schilderijen en tekeningen van de kunstenaar. Op een ander perron in het station staat een stoomlocomotief met bijhorende reizigerswagens ons op te wachten. Het is de bedoeling om met deze stoomtrein de eerste Belgische spoorlijn tussen Brussel en Mechelen terug af te leggen. Vervolgens gaat de persconferentie door in de oude inkomhal van het station van Schaarbeek.

Piet Jonckers, directeur van Train World, verwelkomt de aanwezigen. Als eerste is het Jean Claude Fontinoy, voorzitter van de raad van bestuur van de NMBS en bestuurder van Train World, die kort de aanleiding schetst voor deze tentoonstelling. Het 25 jaar geleden dat Paul Delvaux overleden is. Paul Delvaux schilderde een meesterlijk oeuvre bijeen met de wereld van de spoorwegen.  Vier werken van de schilder: Gare la Nuit I & II en Gare de jour I & II zijn nu opgenomen in de permanente collectie van Train World. Vroeger hingen ze in de kantoren van de Ceo van de NMBS. Om de eersteklasrijtuigen van de trans Europ Express te versieren en om het Belgisch artistieke talent in de kijker te plaatsen, bestelde de NMBS telkens vier schilderijen bij tien Belgische kunstschilders, waaronder Paul Delvaux.

IMG_0141 kopieVervolgens krijgt Sven Gatz, minister van de Brusselse hoofdstedelijke regering, het woord. Hij is belast met financiën, begroting, openbaar ambt, de promotie van meertaligheid en imago van Brussel. Hij wijst op de schilder die dankzij deze tentoonstelling wat uit de vergetelheid gehaald wordt is. Dankzij de tentoonstelling versterken ze dit uitzonderlijk museum en ook krijgt men een ander publiek dat kan aangetrokken worden.

De nationale loterij heeft deze tentoonstelling financieel gesteund en het is de heer Jannie Haek, gedelegeerd bestuurder Nationale loterij, die kort dit toelicht. Ook Siemens Mobility krijgt in de persoon van Greet Rossognol het woord. Zij hebben o.a. de Paul Delvaux trein gesponseerd. Zo hebben zij ook al andere projecten met Train World georganiseerd. De komende 5 maanden zal deze trein rijden. Ook de burgemeester van Schaarbeek, Cécile Jodogne krijgt het podium.  Zij wijst op het unieke van de tentoonstelling van schilder Delvaux in het station van Schaarbeek. Zij vraagt zich af waarom Delvaux nooit het station van Schaarbeek heeft geschilderd.

De wetenschappelijke directrice van de Paul Delvaux stichting, Camille Brasseur, schetst het ontstaan van deze tentoonstelling. Het is Train World die de Paul Delvaux stichting heeft gecontacteerd en zij zijn erop ingegaan. Zij geeft ook een over zicht van de werken die nu hangen in de verschillende ruimten van Train World.
De museumroute is uitgewerkt op basis van weloverwogen rustpunten. Het kleine meisje in de rode jurk vormt hierbij de rode draad. Het parcours begint in een zaaltje boven de oude lokettenzaal. In deze ruimte zijn enkele schilderijen, tekeningen en objecten van de kunstenaar verzameld. Tussen 1920 en 1970 schetste hij veel   treinen, wagons en bestelwagens. Deze tonen zijn sterke interesse voor de spoorwegwereld. In het hoofdgebouw worden de diverse werken voorgesteld tegenover de imposante treinen van weleer. Er is ook een boek uitgegeven naar aanleiding van de tentoonstelling bij uitgeverij Snoeck: Paul Delvaux, De man die van treinen hield. De auteur van het boek is Camille Brasseur.

De tentoonstelling Paul Delvaux  loopt van 22 oktober 2019  tot 15 maart 2020 (op maandag gesloten)

Info: www.trainworls.be & www.delvauxmuseum.com

Perscontact: Marijke Keersebilck, marijke.keersebilck@nmbs.be  +32 2 224 75 86

Verslag en foto’s: Marc Declercq