BFTP - Belgian Federation for Tourist Press | S.M.A.K. presenteert ‘oeuvre’ van Raoul De Keyser
19703
single,single-post,postid-19703,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-10.0,wpb-js-composer js-comp-ver-4.12,vc_responsive
 

Belgian Federation of Tourist Press

oznor

S.M.A.K. presenteert ‘oeuvre’ van Raoul De Keyser

Tot 27 januari 2019 loopt in het S.M.A.K. in Gent  de eerste postume overzichtstentoonstelling van Raoul De Keyser. Aan de hand van meer dan 100 schilderijen, tekeningen en aquarellen krijgt de bezoeker een overzicht van het artistiek oeuvre van de grootmeester van de schilderkunst van de afgelopen 50 jaar.

Gampelaere-omgeving (1967)

Gampelaere-omgeving (1967)

Nadat hij eerst aan de slag was als sportjournalist en kunstcriticus legde Raoul De Keyser (1930-2012) zich vanaf het begin van de jaren 60 van de vorige eeuw toe op de schilderkunst. Aan de Kunstacademie van Deinze volgde hij les bij Roger Raveel die op dat ogenblik de nieuwe figuratieve schilderstijl ‘De Nieuwe Visie’ ontwikkeld had.
De Keyser debuteerde in 1964 met kleurrijke schilderijen van objecten uit zijn directe omgeving: een deurklink, een wolk, een stuk prikkeldraad. In zijn vroegste werken zoals ‘Kraantje met tuinslang’ (1965), ‘Camping II’ (1969), ‘Camping V’(1970-71) en ‘Kalklijnen hoek’ (1970), is de invloed van Raveel en van popart sterk aanwezig. Naast De Nieuwe Visie laat De Keyser zich in zijn werk ook beïnvloeden door de Amerikaanse laat-modernistische abstracte schilderkunst.

In de jaren 70 wordt het werk van De Keyser gekenmerkt door een minimale, meer fundamentele schilderkunst  zodat het meer aansluit bij de principes van de fundamentele en postminimalistische schilderkunst die toen de kunstactualiteit beheersten. Vertegenwoordigers van die stromingen gingen op zoek naar de essentie van de schilderkunst door haar formele grondbeginselen te onderzoeken. In die periode schematiseerde De Keyser de werkelijkheid dan ook zodanig dat ze haast als een abstract patroon van lijnen en kleurvlakken op het canvas verscheen, zoals in ‘Zonder titel’ (1973) en ‘Krijthoek 190’ (1977), waarin niet meer het afgebeelde onderwerp, maar wel het proces van het schilderen zelf centraal stond. De Keyser benaderde het doek als drager van verf met in het verfoppervlak fysieke sporen van zijn hand. Ook zijn voorkeur voor werken in reeksverband sluit aan bij deze nieuwe stroming.  De krijtlijn is het belangrijkste motief uit de jaren 1970, dat later ook nog regelmatig opduikt in zijn werk.

Dalton (1990)

Dalton (1990)

Omstreeks 1979-80 sluit De Keyser de “minimale” of “fundamentele” periode af en wordt schilderen opnieuw een feest. Zijn werk krijgt niet enkel nieuwe iconografische motieven zoals de wigvormige boeg van een kano of de boomkruin aan het raam van zijn atelier, maar ook een grotere ruimtelijke complexiteit en uitbundiger kleurgebruik, zoals in ‘Tornado’ (1981) en ‘Knauw’ (1983-1984).

Rond 2000 worden de motieven op de doeken van De Keyser steeds abstracter. Hij grijpt ook regelmatig terug naar de beeldtaal van oudere werken. Zo zijn de werken ‘Untitled’ (2001) en ‘Luck’ (2002) precedenten voor ‘Staring’ (2007) en ‘Opponents’ (2007). ‘Geregeld overschildert De Keyser ook eerder vervaardigde werken of neemt hij fragmenten van oudere werken over. Soms fungeert ouder werk ook letterlijk als een basis voor een nieuw werk.

Vanaf 1980 kreeg De Keyser internationale erkenning.  Hij nam deel aan Documenta IX (1992), Der Zerbrochene Spiegel: Positionen zur Malerei in Wenen en Hamburg en de Biënnale van Venetië (Giardini, 2007). Tot op heden blijft de internationale belangstelling voor zijn werk groeien.

 Praktisch: “Raoul De Keyser – oeuvre” loopt tot 27 januari in S.M.A.K. in Gent. Bij de tentoonstelling verschijnt een uitgebreide catalogus. Er komt ook een breed film- en een uitgebreid lezingenprogramma.

Info: www.smak.be

Perscontact: info@smak.be

Auteur: Rita Goethals