BFTP - Belgian Federation for Tourist Press | Het land van Ourthe en Amblève in de provincie Luik
37445
post-template-default,single,single-post,postid-37445,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-10.0,wpb-js-composer js-comp-ver-4.12,vc_responsive
 

Belgian Federation of Tourist Press

Het land van Ourthe en Amblève in de provincie Luik

Start-en eindpunt: het kasteel van Harzé

Het indrukwekkende kasteel van Harzé op een boogscheut van centrumstadje Aywaille ligt er bij aankomst in de vroege ochtend vredig bij. Een kloeke donjon met toren rijst majestatisch uit boven het dorpje terwijl een stel potige runderen staan te glunderen in de malse wei aan de overkant van het kasteel. ‘Distanciation sociale’? Beuh… Pardon, nooit iets van gehoord hier. Door de fraaie, boogvormige toegangspoort betreed je het binnenhof met fontein waarbij de omvang en de grootsheid van het bouwwerk meteen alle aandacht trekt. We worden verwelkomd in de prestigieuze Gravenzaal waar de directeur van het kasteel samen met vertegenwoordigers van de toeristische diensten ons bij koffie en broodjes wegwijs maken in het gevarieerde aanbod dat hun streek te bieden heeft. Het kasteel zelf, waarvan de sporen al teruggaan tot de in 11de eeuw, werd in de loop der tijden vele keren verbouwd en uitgebreid. Het huidige uitzicht dateert uit de 17de eeuw en is opgetrokken in Maaslandse renaissancestijl. In 1973 werd het eigendom van de provincie Luik die recent nog restauratiewerken liet uitvoeren. Momenteel fungeert het kasteel als modern congrescentrum met vijf vergaderruimtes, kun je er overnachten in comfortabele kamers (21) en herbergt het een klasserestaurant. In een aparte vleugel is er ook een maalderij-en bakkerijmuseum ondergebracht. Een prachtige galerij met zuilen en bogen waar een fraai binnenplein met weids uitzicht op aansluit, leent zich perfect voor recepties en feestelijkheden.

Het kasteel van Harzé

Het toeristische aanbod: kort overzicht

De vier pijlers waarop het toerisme in de streek steunt, zo blijkt uit een vlotte powerpointpresentatie, zijn respectievelijk enkele belangrijke attracties, natuur en erfgoed, evenementen (die dit jaar nagenoeg allemaal afgelast zijn vanwege de corona-perikelen) en streekproducten. De namen die vervolgens de revue passeren, klinken me vertrouwd in de oren waarbij de schoolreisjes naar de Ardennen in een voltooid verleden tijd nostalgische herinneringen opwekken. Een kleine greep vlug uit het ruime attractie-aanbod: het safaripark Monde Sauvage, de grotten van Remouchamps, kastelen en burchten, wellness en water (Chaudfontaine), het bedevaartsoord Banneux en verder nog de vele musea. De heerlijke natuur is natuurlijk een toeristische topper van formaat en sportievelingen komen er zeker aan hun trekken: 900 km bewegwijzerde wandelwegen, fietsroutes, mountainbike-paden, kajakken op de rivieren, de ‘beklimming’ van de Ninglinspo en talloze outdooractiviteiten. En dat het feesten (carnaval, processies…) en lekker eten en drinken tot het DNA behoort van lokale bevolking, bewijzen de vele streekproducten en brouwerijen die je hier overal aantreft.

Peket, Luikse specialiteit

Het domein van Palogne en de versterkte burcht van Logne

Na de ontvangst op het kasteel start dan de excursie waarbij we enkele bezienswaardigheden ‘on the field’ zullen bezoeken. Die trip – aangename verrassing – maken we in een historische bus, in dit geval een rood- crêmekleurige autobus uit 1976, die eigendom is van het spoorwegmuseum in Sprimont en nu tussen verschillende musea in de streek rijdt. Niet alleen de bus is een oldtimer, ook chauffeur en begeleidende gids lijken me perfect gecast voor hun opdracht. Het domein van Palogne in Vieuxville-Ferrières is onze eerste stop. Dit vrijetijdscomplex op een boogscheut van Durbuy is erg populair bij jeugdgroepen en ook geliefd bij dagjestoeristen en gezinnen met kinderen. Het domein stelt fietsen ter beschikking (ook 16 e-bikes), 150 mountainbikes en kajaks voor een tochtje op de Ourthe die achter het domein stroomt. Je kunt een kajakafvaart van de Ourthe maken in familieverband die je 7,8 km langs het mooiste stukje Ourthe leidt. Er is een kinderspeeltuin, een minigolfterrein, een valkenshow en een taverne waar de huisgemaakte gehaktballen à la Liégeoise het topgerecht zijn. Maar ons doel is een bezoek aan wat nog rest van een indrukwekkende versterkte burcht of ‘château fort’, een topattractie in de streek.

De ruïne van de versterkte burcht van Logne

Een schitterende ruïne

Voor dat bezoek moet je wel eerst een gemene klim over hebben naar de top van de heuvel waarop eertijds de burcht prijkte, maar wees gerust, die inspanning wordt ruimschoots beloond met een weergaloos uitzicht op de vallei van de Ourthe die baadt in uitbundig groen. Liefhebbers van middeleeuwse bouwwerken en hobby-archeologen zullen verstomd staan als ze vorm en concept van dit onneembare verdedigingswerk, weliswaar in ruïnetoestand, van naderbij bekijken. Enige verbeelding, een enthousiaste gids en een aantal illustratieve panelen zijn een goede hulp om je op deze plek een versterkt kasteel voor te stellen dat geschiedenis schreef. Onze gids (er zijn er een 9-tal op het domein) weet er boeiend en aangenaam over te vertellen, maar zoals meestal met relicten uit een ver verleden, is de oorsprong en ware toedracht van een en ander moeilijk te achterhalen. Nadat Romeinen en Germanen (de Merovingische tijd) gepasseerd waren, verschenen ook de ‘woeste’ Noormannen ten tonele die met de monniken van de machtige abdij van Stavelot snel in de clinch lagen. Die vluchtten, net zoals dat in het verre verleden al zo vaak gebeurd was, naar de imposante burcht op de heuvel die inmiddels ook eigendom van de abdij was geworden. Later in de middeleeuwen kwam dan de gevreesde familie De La Marque op de proppen die zich van het kasteel meester maakte. Volgens onze gids hadden de De La Marques in de streek geen al te beste reputatie wat ook hun scheldnaam ‘les Sangliers des Ardennes’ zou verklaren. Maar goed, veel is daarvan niet terug te vinden. Wel zeker is dat ze zich door hun machtshonger en koppigheid de toorn van Karel V, jawel onze keizer Karel, op de hals haalden wat ertoe leidde dat de Habsburger met een troepenmacht van 20 000 soldaten op 1 mei 1521 in 11 dagen tijd de metersdikke vestingmuren van de burcht met zware kanonskogels in gruzelementen schoot. Van pamperpolitiek was destijds nog geen sprake en dus werden de achtergebleven verdedigers zonder veel omhaal aan de kantelen opgehangen. Einde verhaal, einde kasteel. Gelukkig werd dankzij de centen en de inspanningen van een zekere mijnheer Dupont in de laatste jaren van de 19ste eeuw gestart met archeologische opgravingen en prille restauratiewerken gestart. Zo kan de bezoeker zich nu een beeld vormen van hoe er eertijds een versterkte burcht uitgezien moet hebben. Legenden en mistige verhalen over roofridders, snoodaards en ander geboefte leefden in deze streken nog lang voort en bieden stof tot een lekker potje horror. Dat is ook het geval met het indroeve verhaal van een zekere Marthe, haar minnaar en een gouden geit. De gids vertelt ons op fluistertoon het waar gebeurde verhaal terwijl we door een ondergrondse donkere gang vol gaten en putten onder het kasteel door sluipen. Best spannend als je samen met de kinderen het kasteel bezoekt. Dat de taverne op het domein van Palogne de naam ‘Al Gatte d’Or’ (‘gatte’ betekent ‘geit’ in het Waalse dialect) draagt, zal wel geen toeval zijn.

Uitzicht op de Ourthe vanop burcht van Logne

De ‘Avouerie van Anthisnes’

In de donkere, gewelfde kelders van dit kolossale kasteel uit de 17de eeuw dat de niet zo vertrouwde naam Avouerie draagt, moet het in niet-coronatijden aan de houten tafels tussen pot en pint leuk toeven zijn. Meer dan 1000 jaar, zo laten we ons vertellen, werd dit dorp en de streek geregeerd door zogenaamde ‘Haut Voués’ waarin we misschien het huidige ‘avouer’ (bekennen, toegeven) kunnen herkennen. Die heren zouden een soort van advocaten geweest zijn, wat dat dan toen ook mocht betekenen. In ieder geval regelden ze hun zaakjes vanuit dit machtige wooncomplex dat met zijn indrukwekkende donjon uit de 13de eeuw een baken is in het heuvelende landschap. Met blik op een labyrint van balken en spanten kun je tot in de nok van de donjon waar het geraffineerde timmermanswerk zijn bekroning vindt. Elk van de vijf verdiepingen in de donjon in ingericht als museum (o.a. de geschiedenis van het bierbrouwen door de eeuwen heen). In de eerste ruimte legt een medewerker met didactisch materiaal het proces van het bierbrouwen haarfijn uit. Later volgt dan in een gelagzaal nog een kleine degustatie van – in ons geval – een glas ‘Réserve de l’Avouerie’, een plaatselijk gebrouwen biertje met geprononceerde hopsmaak. Naast brouwactiviteiten en beperkte horecabedrijvigheid kun je in de winkel terecht voor vele streekproducten waaronder vele soorten bieren en jenever, hier in de streektaal ‘Péket’ genoemd. Voor de vele toeristen die in Anthismes passeren, is de Avouerie alvast een leuke pleisterplek.

De Avouerie van Anthismes met donjon

Waar de elfjes wonen

Voor de laatste stop van de dag zoeken we, na de verplichte handgelprocedure bij het instappen, onze aangekruiste plaatsen op de donkerrode kunstleren banken weer op. Om weer in de goede richting te raken, moet onze chauffeur het charmante dorpje helemaal uit rijden voor hij zijn bus kan keren. Ik bedenk dat hij met dit ingewikkelde achteruitrijmanoevre in pakweg Bangkok-city niet weg zou komen. Maar hier op het Luikse platteland, waar de waan van de dag nog niet heeft toegeslagen, is een rustig en stressloos bestaan zonder meer een bonus. We rijden over kronkelende wegen door een groen decor naar ‘Sur la Heid’, een gehucht vlakbij Aywaille. Daar, in gebouwen die weliswaar 500 jaar oud zijn, heeft de ambachtelijke bierbrouwerij Elfique een nieuwe stek gevonden. In het café met de ‘langste toog van Wallonië’ heb je een mooi zicht op de tegenoverliggende rotsen boven de Amblève, waar niet alleen in het verleden, maar ook nu nog geregeld elfjes worden waargenomen, wat meteen de naam verklaart van de brouwerij. Vijf Elfique-biertjes een Ambrée, een IPA (Indian Pale Ale), een Triple Brune, een Triple Blonde en een Blanche – worden hier met liefde en vakmanschap gebrouwen. We lopen met een vriendelijke gids door het moderne brouwerijcomplex met de glimmende, stalen brouw-en gistketels en een futuristisch ogende etiketteerinstallatie. Na een afsluitend proevertje, een Elfique Blanche (een dorstlesser met subtiele koriandertoetsen en sinaasappelschil) brommen we met de vlam in de pijp terug naar het kasteel van Harzé. Ondanks de restricties vanwege Covid-19 hebben we genoten van een mooi dagje uit in deze rustgevende streek die binnenkort weer heel wat toeristen hoopt te kunnen verwelkomen.

Brouwerij Elfique met logo van hun Bière Blanche

Bezoekadressen en websites

Maison du Tourisme Ourthe-Vesdre-Ambleve; www.ovatourisme.be

Kasteel van Harzé; Rue de Bastogne 1, 4920 Harzé; www.chateau-harze.be

Domein van Palogne, Rue de la Bouverie 1, 4190 Vieuxville (Ferrières); www.palogne.be

L’Avouerie d’Anthismes, Avenue de l’Abbaye 19, 4160 Anthismes; www.avouerie.be

Brouwerij Elfique: Raborive 2, 4920 Aywaille; www.elfique.be

Perscontact: Hilde Meus hilde@rca.be

Tekst en foto’s: Guy Meus