27 okt Hopsakee op naar Bree
Vooral in de herfstperiode is de rit naar Bree al een reis waard. De uitgestrekte landschappen onderweg verrassen in hoge mate door de kleurenpracht van het uitstervende seizoen: van licht- tot donkergroen, over diep en hevig rood tot paars en blauw. Wij zijn 18 oktober jl. in het noordelijke puntje van het Nationale Park Hoge Kempen in Limburg. De jonge, dynamische en enthousiaste burgemeester Sietse Wils presenteert vol trots zijn stad van 17 000 inwoners (de deelgemeenten incluis) terwijl we genieten van een heerlijke kop koffie met de typische Limburgse vlaai, een ‘progrestaart, een Breese specialiteit en heerlijk plaatselijk gebak. Van een warm welkom gesproken!
De geheimen van een gerenoveerd klooster
Ondertussen is onze gids Frans Adriaensen ook op het appel verschenen. Hij gaat meteen van start met een rondleiding in het stadhuis. Dat heeft een lange en boeiende geschiedenis, zo blijkt al vlug. Oorspronkelijk was het een augustijnenklooster. Het geld daarvoor werd door Breeënaar baron Gerard van Hulst (verlatiniseerd tot Gerardus Taxis), een legeraanvoerder die in de Dertigjarige Oorlog fortuin gemaakt had, aan de kloosterorde geschonken. In 1657 werd de eerste steen voor het klooster gelegd. Tijdens de Franse Revolutie werden heel wat religieuze gebouwen geconfisqueerd waaronder ook dit klooster. Nadien vervulde het verschillende functies totdat het getransformeerd werd tot het Sint-Michielscollege, een onderwijsinstelling die wijd en zijd bekend was in de streek. Het college sloot in 1992 de deuren en ressorteert sindsdien onder de Breese scholengemeenschap met meerdere vestigingen.
Het indrukwekkende gebouw in Maaslandse renaissance werd grondig verbouwd en vernieuwd en begon in 2004 als ‘prestigieus’ stadhuis aan een nieuwe carrière. Onze gids leidt ons achtereenvolgens via een hypermoderne panoramische lift naar de prachtige Raadzaal met eikenhouten gebinte in de nok van het dak. Ooit was het de graanzolder van het klooster. Nu draagt de zaal de naam van de wereldberoemde tennisster Kim Clijsters, afkomstig uit deelgemeente Opitter, die, volgens de gids, Bree op de internationale kaart heeft gezet. In de lift hebben we een mooi zicht op een replica van een Spaans galjoen uit de 17de eeuw dat in de patio beneden uitgestald staat. Het prachtige beeld van de Aarschotse beeldhouwer Roland Rens van een ‘Zwevende dame in hoepelrok’ onder de grote, glazen koepel, waarvoor de architecten inspiratie vonden in het Vlaams Parlement, is een attractie op zich. Rond de patio bevinden zich nu de kantoren van de burgemeester en de stadsdiensten. Onze welbespraakte en goed gedocumenteerde gids leidt ons nog naar de kapel van het voormalige klooster waar enkele waardevolle schilderijen de aandacht trekken. Daarbij valt ook de naam van een zekere heilige Nicolaas van Tolentijn, een brave pater die nogal wat wonderen verrichtte en hier vereerd wordt. Hij is de patroonheilige van de kloosterkerk. Afsluiten doen we in de zogenaamde Schepenzaal met een blik op fragmenten van enkele authentieke muurschilderingen uit de 18de eeuw met kleurrijke afbeeldingen van vogels, planten en dieren.
Luchtje scheppen in de renaissancetuin
Daarvoor verlaten we het stadhuis en lopen naar de achterkant waar we een heerlijk uitzicht hebben op de fraaie achtergevel van het gebouw in Maaslandse renaissance, een oogstrelende combinatie van horizontale en verticale lagen hardsteen en baksteen. In de strak gecomponeerde tuin heeft kunstenaar Roland Rens twee ijzeren koppen gegoten, in de volksmond de Breese Keikoppen genoemd. De afstand tussen hun neuzen is de Breese voet, een lengtemaat van toen: 28,50 cm. Dit soort voeten vinden we trouwens terug in belangrijke middeleeuwse steden. We lopen nu naar de voorkant van het stadhuis en bewonderen de barokgevel van de augustijnenkapel uit 1740. De drie nissen in de vorm van een driehoek verwijzen naar de Heilige Drievuldigheid, een mysterie dat de stichter van de orde, de Heilige Augustinus, nogal wat kopbrekens bezorgde. En zo staan we meteen op een ruim plein, het zogenaamde Vrijthof, wat kan verwijzen naar een kerkhof ( Friedhof) maar ook naar een plek die vrij was van kerkelijke regels en waar de burger van een soort immuniteit of onaantastbaarheid genoot.
Stadswandeling
Van het Vrijthof stappen we nu richting centrum. Eerst passeren we de Sint-Michielskerk, de hoofdkerk van Bree. Tijd ontbreekt voor een bezoek. In deze kerk, aldus de stadgids, bevinden zich enkele topkunstwerken, waaronder de Heilige Christoffel, een pïeta door Jan van Stevensweert en een gepolychromeerd beeld van de Meester van Elsloo. Bree telt, verspreid over de stad, een zevental topwerken waaronder ook het retabel van Opitter.
Razzia
Onderweg dist onze gids nog tal van feiten en weetjes op die het belang van de stad Bree onderstrepen. Zo ontstond de stad al in 1007 onder de naam Britte en kreeg ze in de 14e eeuw stadsrechten en vier stadspoorten, wallen en wachttorens. We staan even stil bij een zogenaamde struikelsteen (je vindt er een 15-tal in de stad). Dat zijn kleine messing gedenkstenen die geplaatst worden ter herinnering aan de mensen die door de nazi’s in de Tweede Wereldoorlog naar de concentratiekampen gedeporteerd werden. We lezen op de gedenksteen van een zekere Jules Janssens, een verzetsman uit Bree dat hij in 1944 tijdens een razzia opgepakt werd en vlak voor het einde van de oorlog in 1945 in een KZ Dora-Mittelbau bij Nordhausen vermoord werd. We houden halt bij het oudste huis van de stad uit de 16de eeuw, het Michielshuis, dat een fraaie gevel heeft. Ooit woonde hier een burgemeestersgeslacht van Bree, nu is het horecazaak.
Vlakbij ligt het oude stadhuis met een fronton in rococostijl waarop de patroonheilige van de stad, Sint-Michiel die de draak doodt, is afgebeeld samen met de drie wapenschilden die de lange geschiedenis van de stad en hun heersers verduidelijken. Dat zijn achtereenvolgens het wapenschild van de prinsbisschoppen van Luik, dat van de Oostenrijkse keizer en dat van de stad Bree. Geschiedenisfreaks komen hier beslist aan hun trekken. Voor het oude stadhuis, nu Heemkundig Museum, dat volgens bepaalde bronnen wel eens de toeristische dienst van de stad zou kunnen worden, wijst de gids ons op een ietwat merkwaardige constructie. Het verbeeldt het zogenaamde Zwaartepunt van Bree, het nauwkeurig berekende geografische middelpunt dat weliswaar iets buiten Bree ligt; maar hier in het stadscentrum een plek kreeg als teken van verbondenheid van de Breeënaren. Even verder ligt Het Perron, een zuil die het belang van Bree als machtige, historische stad onderstreept. De officiële titel van stad werd haar in 1986 verleend. Niet minder dan zes eeuwen lang werd hier recht gesproken. De traptreden van het Perron geven de vormen van rechtspraak weer.
Voetbalwedstrijd
Van de markt stappen we nu de Kloosterstraat in waar we even stilstaan voor het voormalige klooster van de ‘Dochters van het kruis’ uit 1890. Het deed tot 1981 dienst als school en ‘gasthuis’ waar zieken en bejaarden verzorgd werden. Nu is het eigendom van de stad.
In de tuin van het ‘Pensionnat des Filles de la Croix’, nu stadsacademie, zijn er kleine gedenksteentjes gelegd voor de carnavalsprins, die maar één jaar de prinsentitel mag dragen. De stad telt twee bekende verenigingen: De Breese ‘Stoepluipers’ (zich belangrijk wanende burgers die het trottoir gebruikten!) en de ‘Kwaartjeslummels’. Het is een grappige bijnaam die de Breeënaars kregen nadat ze voor de derby tussen Bree en Meeuwen de toegang voor de voetbalwedstrijd met kwartjes (0,25 centiemen in toenmalige Belgische franken) betaald zouden hebben. Sfeer werd toen nog op een onschuldige manier gecreëerd.
Van Bree naar deelgemeente Opitter
Opitter ligt in het dal van de Itterbeek. Op die lokale beek met een verval van 50 meter werden ooit 15 watermolens gebouwd. De Pollismolen die momenteel in restauratie is, is er een van. In het aanpalende horecapand waar kok Wim Doumen en vrouw Melanie de plak zwaaien, strijken we neer voor een heerlijke maaltijd. We genieten van een frisse cava, een smeuïg erwtensoepje, een parelhoentje of een zeebaars naar keuze en een wijntje of frisdrank. De spreekwoordelijke Limburgse gastvrijheid valt meteen op bij de vriendelijke bediening.
Kostbaar kunstwerk in het Sint- Trudokerkje van Opitter
De kerk is in typische Maaslandse gotiek: zachte mergelsteen uit de streek, geen kruisbalken en de toegang ligt aan de zijgang. Voor de kerk wijst de gids ons op een merkwaardige zerk. Hier zou een zoeaaf, een lid van de pauselijke wacht begraven liggen. Het topstuk in de Sint-Trudokerk is een origineel Antwerps passieretabel uit 1535. Ondanks de grondige restauratie van dit uniek stuk erfgoed mochten we toch even naar binnen. De twaalf zuilen van hardsteen verwijzen naar de 12 apostelen. Het retabel bevat 74 losse beeldjes. Het schilderwerk werd uitgevoerd door de schoonvader van Pieter Bruegel. Op de predella ( tussenstuk op het altaar) is het Laatste Avondmaal afgebeeld. Het linkerluik vertoont het leven voor en het rechter dat van na de dood van Jezus Christus.
Op het Itterplein, hoe kon het ook anders, staat een sculptuur van een dartele, tennisspelende Kim Clijsters, het tennisicoon uit Opitter dat hier ostentatief aanwezig is.
De bekende Limburgse brouwerij Cornelissen
Alle goede dingen eindigen bij ons bij een glas bier. Waar anders zou dat beter kunnen dan bij het familiebedrijf Cornelissen aan de overzijde van de kerk waar al sinds 1859 het gerstenat uit de kranen vloeit. We worden ontvangen door Jef senior (vader) en Jef Junior (zoon) die momenteel het bedrijf leidt. Het is inmiddels al de zesde generatie. Ze leveren bier tot 30 km in de omstreken met een gamma van biersoorten dat loopt van blond tot donker, zacht en sterk en zowat alles daartussen. Niet voor niets hebben ze al heel wat (World) Beer Awards in de kast staan. Weetje: hun Cister van Herkenrode werd heel recent nog tot ‘beste bier van de wereld’ bekroond. Onze gids leidt ons door de brouwzalen en de moderne installaties van het bedrijf waarna we tijdens een gesmaakte degustatie nagenieten van een uitgebreid dagje ‘breeën’. Je had het vooraf misschien niet gedacht, maar na ons bezoek is meer dan duidelijk dat Bree heel wat troefkaarten in petto heeft. En dan hebben we het nog niet gehad over de talrijke fiets-en wandelroutes die in dit stukje ‘bronsgroen eikenhout’ zorgen voor pure rust en ontspanning zorgen.
Tekst: Marcel Wittemans en Guy Meus – Foto’s: Anne Marie Jacob en Chris Vercruysse
Algemene info:




