BFTP - Belgian Federation for Tourist Press | Koekelare, doorzetters, godverdomme’s en grote kanonnen
34092
single,single-post,postid-34092,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-10.0,wpb-js-composer js-comp-ver-4.12,vc_responsive
 

Belgian Federation of Tourist Press

25012020039

Koekelare, doorzetters, godverdomme’s en grote kanonnen

25012020002In de vernieuwde oude ‘Brouwerij Christaan van Couckelaere’  worden op 25 januari 2020 de BFTP-leden opgewacht aan de raadstafel. We worden ontvangen door de schepen van toerisme en cultuur Jessy Salenbien en Tone Vannieuwkerke, hoofd van de dienst toerisme en cultuur. Uit de kille mist tussen koffie en ‘boterlukken’ schetst Jessy de BFTP journalisten de niet zo evidente realisatie van het nieuwe CC De Brouwerij. Het volledige gebouw huisvest overigens niet alleen de raadzaal van het gemeentebestuur waar we aanzitten. Maar op de verdieping erboven is sedert 2014 het Käthe Kollwitz Museum broodnodig vernieuwd geworden. Want vroeger moest men wel eens oppassen om al of niet ‘dronken van liefde’ vanuit de raadzaal naar het museum toe te stranden. In het gebouw vinden we ook de toeristische dienst op het gelijkvloers naast de plaatselijke openbare bibliotheek. Nog verder links met een ijzeren trap een horecazaak. Tegenover deze voormalige brouwerij ooit een bierparadijs huizen de ‘Fransmans’. Ook dit museum is vernieuwd en pakt uit met sterke foto’s, informatieve kaarten, didactische decors en vooral verbluffende verhalen.

Koekelare

25012020007Het is aan Tone Vannieuwkerke om ons de relatief kleine gemeente voor te stellen als een verborgen parel die oogt in het hart van West-Vlaanderen. Zijn vogelvlucht over Koekelare schetst een stuk oorlogsverleden met de Hovaeremolen ooit Duitse uitkijkpost. Maar ook de Belle Epoque met de bijna weggekwijnde dokterswoning Proot komt aan bod. In 2013 werd die volledig gerestaureerd door de gemeente, en ze wordt nu verhuurd aan lokale verenigingen. De mooie tuin ervan kan je zien vanuit het achterstuk van de aangrenzende cultuurzaal de “Balluchon”.

Een curiositeit dan weer vormt de Sala Thai. Dit kleine tempeltje is het resultaat van de culturele uitwisselingen die plaats vonden onder oud burgemeester en doorzetter Dr. Walther Holvoet. Maar opgepast want er schuilt elektriciteit in!

25012020001Geheel niet onterecht noemt Tone zijn gemeente ook de groene long van het Houtland. De Koekelaarse den in het arboretum en de domeinbossen krijgen hun terechte aandacht. Heel wat fietsroutes doorkruisen ook het landschap van Koekelare. Daaronder de 42 km lange Krekedalroute die ons voert langs de Koekelareberg. Wijlen sportjournalist Mark Van Lombeek noemde die ooit eens ietwat smalend de ‘Poggio van Vlaanderen’ tijdens een Belgisch wielerkampioenschap in de jaren ’80 van de vorige eeuw. Maar sommigen onder ons nog zonder elektrische aandrijving herinneren ons de Bergstraat inderdaad als een stevige kuitenbijter. Niet ver daarvoor heb je trouwens het natuurgebied de Swal, waar de orchideeën in de zomer je oog betoveren. Magie ontbreekt ook niet in het Motepark waar de kinderen ‘de legende van het Motespook’  kunnen ontdekken in het hart van de gemeente. Het spookt ook wel eens in de fles ‘Couckelaerschen Doedel’. Onder de naam Doedelbier, amberkleurig en met een stevige nagisting op de fles hebben de Koekelaren ondanks de Schotse kruiden dit bier genaast. Alweer zo’n doorzetter koud geschonken maar met mate(n) gedronken.

Het Käthe Kollwitz Museum van Koekelare

25012020022Van een verfrissende doorzetter naar een verbeten doorzetter en perfectionist. Raf Seys was bezeten geraakt van de beelden “Het Treurende Ouderpaar” op het Soldatenfriedhof Vladslo. Onze gids Luc Knockaert vertelt ons hoe wijlen Raf Seys dit beeldhouwwerk letterlijk omarmde, en er zijn zinnen op zette dat de erfenis van Käthe Kollwitz in Vlaanderen niet zou verloren gaan. De meeste van zijn bezittingen gaf hij in zijn nalatenschap weg aan de gemeente Koekelare hiertoe. Het museum is mede dank zij hem mooi heringericht.

Dit kleine innige museum in de mouttoren van de voormalige brouwerij geeft een bijzondere kijk op deze uitzonderlijke expressionistische kunstenares. Doorheen haar etsen, lithografieën en gravures kunnen we haar dramatische levensverhaal volgen. Onze gids wijst vooreerst op grote foto van het “Treurende Ouderpaar” waar hij een stuk christelijke iconografie in ziet o.a. de Mariafiguur. Maar we mogen niet vergeten dat Käthe Kollwitz ook geïnspireerd was door Ernst Barlach. Al keerde ze er zich voor dit levenswerk kunstwerk ook van af.

25012020024We horen en zien in de filmzaal een deel van het tragische verhaal van de dood van haar jongste zoon Peter Kollwitz, waarmede ze altijd zou blijven worstelen. Zeventien jaar zou ze deze unieke universele beeldengroep in zich voelen evolueren. Maar dit verhaal past misschien meer vóór de originele beelden op het Soldatenfriedhof Vladslo zelf.

Maar de dood van Peter, en haar schuldgevoel over haar gemengde gevoelens en houding toen haar jongste zoon zich had gemeld als oorlogsvrijwilliger zie je wel degelijk een impact hebben op haar ander werk aanwezig in dit museum. Alle tekeningen, etsen en gravures tonen een stukje van de kentering in haar ziel. Van haar iets meer afstandelijke sociale bewogenheid te zien in ‘de weversopstand’ uit 1893 over ‘de boeren’  uit 1908 verwijzend naar de opstandige boeren nog vóór de Russische revolutie, waarbij haar zoontje Peter nog model stond voor een gevangen slapend jongetje. Tot daar plots verschijnt ‘de moeders’ uit 1919 met haar twee zonen in innige omhelzing. Van twijfels gaat ze zich radicaal tegen de oorlog keren te zien in het bekende ‘Nie wieder Krieg!’ uit 1924.

25012020013Onze gids laat de beklijvende ets uit 1940 zien: ‘Ik sta hier en graaf mijn graf’. Een allegorisch zelfportret dat echter in het Museum in Köln hangt. Het voelt aan als een post mortem foto. We zien een vrouw haar eigen graf graven en op de voorgrond zie je vaag die vrouw ook in de aarde verdwijnen. Dit werk maakte ze vlak voor het overlijden van haar man Karl.

Wel in het museum aanwezig is de afbeelding van haar laatste litho ‘Saatfrüchten dürfen nicht vermahlen werden’. Haar kleinzoon ook Peter genaamd sneuvelt in 1942 aan het oostfront en wordt bijgezet op het Soldatenfriedhof Rshew. Al haar woede en verdriet zit erin. Een hoog opgerichte vrouw die met uitgestrekte armen en handen drie jongetjes beschermt. Deze vrouw is geen icoon meer. Ze laat het ondeugende speelse toe, ze laat het leven toe…

Niet veel later zal ze in mei 1943 ook haar Tagebuch afbreken. Käthe Kollwitz sterft op 22 april 1945 in Moritzburg bij Dresden op de vlucht voor de oorlog. Dezelfde dag had de Führer in een vlaag van oerwoede voor het eerst toegegeven in de Rijksdagbunker dat die oorlog verloren was…

Planet Prudence kaapt Käthe Kollwitz Museum

Cartooniste Prudence Geerts kaapt het Käthe Kollwitz Museum in Koekelare met een tijdelijke tentoonstelling ‘Planet Prudence’. Met haar eigentijdse en ook wel eigenzinnige blik interpreteert ze het werk van de Duitse kunstenares en vertaalt het naar haar leefwereld.

Kleurrijk werk

Prudence GeertsHet Käthe Kollwitz Museum geeft kunstenaars op geregelde tijdstippen de kans om het museum te ‘kapen’. Bedoeling is om op die manier tijdelijke tentoonstellingen te organiseren die een ander daglicht laten schijnen over Käthe Kollwitz, haar werk en de site van De Brouwerij.
Prudence Geerts mag met haar ‘Planet Prudence’ de spits afbijten. Voor de tijdelijke tentoonstelling liet ze zich inspireren door enkele werken van Käthe Kollwitz om die dan vervolgens te vertalen naar haar eigen wereld. “Het werk van Käthe Kollwitz was heel donker, maar ze bracht ook een sterke boodschap. Ze was ver voor op haar tijd en wou zich ook bewijzen als vrouw. Bovendien was ze iemand die het opnam voor mensen die het vaak minder goed hadden. Dat verhaal wil ik moderniseren en in mijn eigen taal brengen. Vandaar dat ik ervoor gekozen heb om rond de thematiek van pesten te werken. We zitten nu in een andere tijdsgeest, maar ik wil het zware onderwerp op een lichtere manier brengen. Ik ervaar het werk van Käthe Kollwitz soms ook als choquerend, maar wil de mensen die de tentoonstelling bezoeken met een ander gevoel laten vertrekken. Het werk van Käthe Kollwitz is gekenmerkt door de donkere, harde, rauwe stijl. ‘Planet Prudence’ is eerder kleurrijk en vaak met een dikke knipoog, maar dat is de bedoeling. “Het confronterende en contrasterende aspect zorgt voor een meerwaarde”, aldus Prudence.

Instagram

Planet Prudence  heeft op Instagram meer dan 660.000 volgers en dat aantal groeit nog iedere dag. Met deze tijdelijke tentoonstelling wil ze de brug slaan tussen de digitale en de fysieke wereld. “Dit is een unieke kans om ook lokale mensen te bereiken of bezoekers van het museum die anders niet zo vertrouwd zijn met sociale media. Anderzijds hoop ik ook om meer jonge mensen naar het museum te lokken door het werk van Käthe Kollwitz anders te verpakken”, verduidelijkt ze.

‘Les Godverdomme’s sont là !

25012020044Waar het Käthe Kollwitz museum in 2014 een volledige metamorfose onderging moest het Fransmans museum wachten tot in 2017. Daarbij werd ook meer gelet op de educatieve rol, en schepen Jessy Salenbien stuurde er ook sterk op aan dat er iets in zat voor kinderen en jongeren. Het museum ingericht in de paardenstallen en de hopruimte van de toenmalige brouwerij biedt nu niet alleen foto’s maar ook kaarten, die de massale maar noodzakelijke emigratie uit het arme Vlaanderen van de 19de eeuw begin 20e eeuw illustreren. Met geen taal-of landkennis moesten ze vertrekken naar het noorden van Frankrijk. Het harde labeur in de bietenvelden, maar ook in de chicoreiasten wordt geïllustreerd in teksten en liedjes. Onze gids Luc legt ons de herkomst van de ‘Balluchon’ uit. De enige reiszak van dicht gestikt kussenlaken , die ze allen een deel op de borst en een deel op de rug droegen. Een zeer grote foto waarbij ze allen uit de Gare du Nord stromen laat het mooi zien. Ook de slaapbarakken worden in decor gebracht, waarin ze hun heimwee moesten verbijten, de cafard !

25012020046Het waren trouwens oude ex-Fransmans uit Koekelare zelf die in 1992 aandrongen op hun eigen museum, nadat vanaf 1960 deze vorm van emigratie quasi was afgesloten. Ook de rol van de katholieke kerk met o.a.’ pasterje’ Dejaeghere tientallen jaren aalmoezenier van de bietenmannen en bietenvrouwen wordt toegelicht. Maar de essentie van het museum gaat zeker over de moed en het overlevingsinstinct van deze arme Vlaamse migranten van destijds. Koppige doorzetters die weg wilden uit de armoede.

Het Hemelsbreed Verschil maakt het verschil !

25012020052Na zoveel rauwe kost wil een mens wel iets anders. Daarom heeft Ladychef Heidi Verhelst zich aan de kookpotten gezet voor BFTP. Een heerlijke menu met garnaalkroket, bisque, en een uitgelezen Chatéaubriand-Provençale volgen. Ook de huisgemaakte mousse au chocolat doorstond ruim de kenners proef in lichtheid en smaak.

De grote kanonnen, de Lange Max site

Een bezeten doorzetter in de geschiedenis van het grootste Duitse kanon is Martin Lievens ook stadsgids in Torhout en gids in Wijnendale. Hij zet zich vrijwillig in samen met vele anderen voor het kleine maar interactief zeer interessante Museum Lange Max. Vele monitoren en een goede audio app kunnen ook de individuele bezoeker aanspreken in dit privé museum. Het bakhuisje waarin de Duitsers tijdens de bezetting ooit zelf aanwezig waren heeft een kleine multimediazaal. Je kan er een introductiefilm zien over de komst van de Duitse Uhlanen, en oude ooggetuigen vertellen hoe ze met boeren wijsheid daarop reageerden.

25012020067Op de site van destijds de zogenaamde batterij ‘Pommern’ staat nu in het raam van de herdenking van de Eerste Wereldoorlog het Lange Max museum. Tijdens het interbellum, de periode tussen de twee wereldoorlogen kreeg de site trouwens beroemde bezoekers o.a. Churchill, Hirohito, de Britse koningen George V and VI, Edward, Raymond Poincaré, Ferdinand Foch, onze prins Leopold later koning Leopold III, enz. …

Het museum bestaat eigenlijk uit twee grote delen. Enerzijds de Duitse opmars en bezetting van Koekelare illustreren, en anderzijds de rol van het grote kanon ‘de Lange Max’. Dit kanon schoot granaten van 700 kg ruim 44km ver in de richting van Duinkerken. Het Duitse Von Schlieffenplan voorzag in een snelle aanval doorheen België met een sikkelbeweging langsheen de zee om uiteindelijk de Fransen in de rug te grijpen en Parijs te veroveren. Maar het liep mis ! Het onverwacht taaie verzet van het overigens niet zo goed uitgeruste Belgische leger en de inundatie van de IJzer vlakte gooide roet in het eten. De havens moesten dus veroverd worden ! De geallieerde artillerie achter de toenmalige spoorwegberm nu de ‘Frontzate’ naar Nieuwpoort toe kon Koekelare niet bereiken. De vijfduizend Koekelaars konden en moesten even veel Duitsers ontvangen om de bezetting, bevoorrading en uitbouw van die hun grootste artilleriestelling te verzekeren.

25012020072Menige Duitsers maakten van Koekelare bijna hun tweede ‘Heimat’. In de eerste zaal kan je via foto’s en brieven met hen kennismaken. De tentoonstelling laat ook zien in kaarten hoe het operatiegebied Koekelare afgesloten werd als oorlogsgebied, en er identiteitskaarten met foto voor het eerst werden geïnitieerd. In de strikte zin werd deze site marine gebied, waarbij men in het centrum van Koekelare dikwijls niet wist wat er daar gebeurde. Intieme foto’s laten ons zien hoe de Koekelaars wel moesten leren leven met de ingekwartierde Duitsers. Maar het werd gelukkig leefbaarder doordat de bezettingsmacht gaandeweg begon te bestaan uit reservetroepen niet voor de aanval bedoeld. Maar natuurlijk gold wel hoe hoger de graad hoe mooier het opgeëiste huis. Je krijgt ook een kijk op de medische verzorging tijdens de ‘Groote Oorlog’  in deze gemeente.  Pas op Paaszaterdag 30 maart 1918 kreeg Koekelare de eerste geallieerde granaattreffer te verwerken op de woning van Hector Decruy hier op foto te zien met het verhaal er rond.

25012020075We komen in de tweede zaal met maquettes, en een mini versie van het Lange Max kanon. Fascinerend is de film over de vlucht van zo een granaat naar Duinkerken. Een helikoptervlucht van 45 minuten waar de granaat er toen maar twee minuten over deed ! De terugslag van zo een 720kg granaat was natuurlijk enorm, en vandaar de enorme geschut bedding op de site. Het kanon terroriseerde inderdaad de haven van Duinkerken vooral later met zijn loodrecht inslaande brisantgranaten. Om psychologische redenen schoot men er tijdens de lange slag om Passendale in 1917 ook mee in de richting van Ieper. De geallieerden zuidelijk de IJzer hadden exclusieve wachtposten die de steekvlam van het kanon moesten in het oog houden om dan vliegensvlug te telefoneren. De Duitsers hadden ook zulke kanonnen in Bredene. Maar tijdens de Tweede Wereldoorlog werd ook de geïmplodeerde Lange Max op de site opgeruimd .

Mist en donkerte daalt over de imposante lege betonnen cirkelbedding vandaag, en Didier Van Houts dankt onze gids zeer. Een museumsite waard om te steunen met uw bezoek !

 

Epiloog: Het Soldatenfriedhof Vladslo

Vladslo 002Even buiten Vladslo in de Houtlandstraat ligt het Praatbos. Tijdens de Eerste Wereldoorlog lag hierin een Duitse artilleriestelling met een kampement en later een lazaret. In het bos achter het kerkhof vinden we trouwens nog de sporen daarvan. Aan de overkant van de straat ligt een woning in vakwerkconstructie waarin ooit een officiersmess was van de Duitsers. De begraafplaats zelf bij het Praatbos ontstond al in 1914. Vladslo lag niet zo ver van waar de frontlijn zich stabiliseerde zuidelijk van Diksmuide  achter de inundaties van de IJzer, het kanaal van Zarren en de Handzamevaart toen. Het lag wel net buiten het bereik van de meeste geallieerde kanonnen.

Al in 1916 drukte Kaiser Wilhelm II op het sacrale karakter, de mythische eenheid met de natuur, en de eenvoud van ontwerp, die deze spontaan gegroeide begraafplaatsen moesten krijgen. Dit Friedhof met een rechthoekige plattegrond is 1,3 ha groot. In 1935 lagen er tussen de eiken, beuken en berken met grasstroken ertussen maar 3863 soldaten, waarvan meer dan 600 onbekend. Maar kruisen vermolmen, en ze werden ook gestolen o.a. in 1944 en 1945. Het boombestand werd niet vervangen. In 1954 werd de Volksbund Deutsche Kriegsgraberfürsorge  verantwoordelijk gemaakt na geklungel van de Belgische overheid die het overgelaten had aan enkele Franstalige verenigingen. Die Volksbund (DVK) besliste uit noodzaak over te gaan tot vier grote verzamelbegraafplaatsen : Langemark, Menen, Hooglede en Vladslo. In 1956 en 1957 werden meer dan 22000 gesneuvelden overgebracht naar dit laatste kerkhof. Uiteindelijk rusten er dus nu 25644 soldaten en andere gesneuvelden. Op de infoborden van de VDK rechts buiten de toegangspoort zie je de symbolen van deze organisatie, foto’s van de evolutie der begraafplaats, Peter Kollwitz en zijn  ouders. De plannen van het toegangsgebouw werden in 1955 ontworpen door DVK architect Robert Tischler. De marmeren gevelstukken die de gedrongen deuromlijsting van Juratravertijn sieren, imponeren zelfs in het beginnende schemerdonker. Het doet Assyrisch en bunkerachtig aan. We zien het schilddak met dakruiter en de Dorische zuilen. In de ‘ listenraum ‘ rechts vinden we het register met de namensecties en grafnummers, en het bezoekersboek. In het register kan je volgen van waar de gesneuvelden kwamen. Maar de ‘Ehrebücher’ met de namen en hun juist grafnummer vind je daar niet. Daarvoor zouden we op zoek moeten naar een bijenhoeve hier niet zo ver vandaan.

Vladslo 005De beelden ‘Das Trauernde Ehepaar’ zien we in focus recht doorheen de smalle ingang. Ze kregen pas in 1957 een plek, waar voorheen het grote kruis stond in het zuidwesten van de begraafplaats. Peter Kollwitz kreeg eerst nog zijn houten kruis mee pal voor de beelden van zijn treurende ouders. Dat ligt nu in het Flanders Fields Museum. De houten kruisjes werden toen vervangen door houten blokjes met bronzen plaatjes met telkens daarop twee namen, nauwelijks zichtbaar boven de grond. 101 Basalten kruisen werden er toen paarsgewijs ook geplaatst. In 1958 experimenteerde men ook met een nieuwe beplanting. De woekerende hartlelies werden geen succes! Aan de ingang kwamen er toen rododendrons en taxus. Pas in 1971 en 1972 kwamen de liggende Belgische granietplaten met telkens 20 namen. Teruggegrepen naar een Germaanse traditie ? De basalten kruisen werden herleid tot 16 weer paarsgewijs. Een beetje bevangen verlaten we het zandstenen poortgebouw.

Links staat het infobord van de VDK met de app die je kan raadplegen. Er staan maar een zestal biografieën in en een mooie kaart waar je die graven kan vinden. Maar we worden ook getroffen door de modder, vele molshopen en tractorsporen. Raf Seys alarmeerde hier al eens over in 2005. Ook de groenaanslag op de arduinen platen maakt ze soms moeilijk leesbaar. Zowel rechts als links van het poortgebouw bij het lage struikgewas rijzen enkele grotere zerken op, dikwijls van de adellijke officieren zoals Alfred Schollmeyer uit Posen toen nog Poznan uit Pruisen, Gustav Albrecht oberleutnant van de reserve, marineofficier gestorven in het lazaret van Ghistelles op 1 februari 1915, Oto Carus reserve officier van het Pruisische leger gestorven in Nieuwpoort op 22 juni 1916. De liggende zerk met het zwaard en de twee ijzeren kruisen is opgedragen aan de gebroeders Max en Wilhelm Boland (Max was Korvettenkapitän en stierf bij Lombardsijde)… Maar dan valt onze blik direct op de donkere vierkanten granieten tegels terug. Telkens twintig namen erin gegrift, met enkel hun dienstgraad en sterfdatum. Zondere verdere vormen van eerbetoon liggen ze als ooggetuigen van een verloren oorlog. Zo velen met zoveel onbekende verhalen…

Vladslo 004We naderen de unieke beeldengroep. Het verhaal van het korte leven van Peter Kollwitz ons deels deze morgen verteld in het Käthe Kollwitz Museum is hierbij zeker belangrijk. De 18 jarige Peter wil zijn broer en kameraden volgen als oorlogsvrijwilliger in augustus 1914. Zijn moeder die een innige band met hem had weifelt, zijn vader nog meer…en vele Duitse sociaaldemocraten. Käthe laat hem met grote bezorgdheid, maar ook met een zekere trots de vrijheid. Uiteindelijk wordt hij ingelijfd bij het reserve infanterieregiment 207 van de 44ste reservedivisie. Ze hebben munitie maar een veel te korte opleiding achter zich, wanneer die in oktober 1914 in Vlaanderen verschijnen. Het 44ste moet Diksmuide aanvallen komende vanuit Vladslo, terwijl het 43ste over de Handzamevaart moet om in een cirkelbeweging zuidelijker de stad in de tang te nemen. Het 43ste botst op de geharde Franse Fusilliers Marins en het wordt geen succes. Ze zullen in Esen aan het moorden slaan. Maar de eenheid van Peterkrijgen op de steenweg tussen Beerst en Diksmuide het vuur van het 11de en 12de linieregiment onder kolonel Meiser over zich heen. Die troepen hebben niet veel artillerie meer maar ze zijn gehard door verschrikkelijke gevechten doorheen gans België. (Ook dat verhaal van wat er gebeurde gaat voort. Vier van die Belgische soldaten werden nog in 2016 bij Diksmuide gevonden.)   In de nacht van 22 op 23 oktober wordt Peter dodelijk getroffen door schrapnel in zijn gezicht. Als eerste van het RIR 207 is hij op slag dood. Het Duitse leger bericht over deze dag “Unerwarteten Widerstand, der uns jedoch nicht aufhalten wird”

Vladslo 011Aanvankelijk werd Peter Kollwitz op het Roggeveld in Esen begraven, niet zo ver van waar hij gesneuveld was. Al snel na zijn dood, waarvan ze laattijdig bericht kreeg, besloot Käthe Kollwitz een gedenksteen te ontwerpen. Ze wil die plaatsen op de Schildhornhoogte die uitziet op de Havel te Berlijn. In 1915-1916 maakt ze een gipsmodel van een liggende dode soldaat. Daarrond zouden de knielende ouders komen. Een beeldengroep die alle Duitse oorlogsslachtoffers moest eren. Maar het werd een lijdensweg en ze kwam er maar niet toe. In 1917 is de Derde slag om Ieper in volle gang met vreselijke verliezen aan beide zijden. Ze laat het plan los om een eremonument te maken in Berlijn. De beeldengroep moet maar in de IJzervlakte komen, in Esen waar haar zoon was. Kort na de oorlog vernietigt ze haar eigen werk. In 1924 hervat ze de arbeid nu denkend aan een reliëfbeeld. Ze begint aan gipsmodellen van haar eigen moederbeeld, maar die kantelen tot tweemaal om. In de derde versie is er geen innig tedere glimlach meer, maar plots de gesloten ogen van een universele droefenis. Begin 1926 bezoekt ze met haar echtgenoot het kleine verwilderde kerkhof in Esen, dat ze maar vindt door onverwachte hulp. In 1931, ze was toen al 63 jaar oud, waren de beelden eindelijk af. De kunstenares moest zich uiteindelijk nog haasten om ze naar Vlaanderen te krijgen. Vele mensen die zich met de verschrikkingen van ‘den Grooten Oorlog’ nog voor de geest konden halen van Mante en Kalle, Mette en Pette in de niet zo positieve betekenis. Ook bij de opkomende nazipartij lag haar geëngageerde grafische kunst en anti oorlogshouding niet in de gratie. Het lijden van Käthe Kollwitz was niet over. Ze voelde zich genoodzaakt ontslag te  nemen uit haar Academie. De nazi’s ontketenden de Tweede Wereldoorlog. Haar man die ze op haar manier toch lief had stierf in 1940. Haar kleinzoon, die ook de naam Peter had gekregen sneuvelde op 22 september 1942 in de verbeten afweergevechten rond Rshew na de mislukte aanval op Moskou in 1941. Door de geallieerde bombardementen op Berlijn in 1943 werden haar huis en werk voor een deel verwoest. Käthe Kollwitz stierf op 22 april 1945 terwijl de oorlog in zijn allerlaatste dagen voortraasde.

Vladslo 012We staan nu voor de beelden. Twee door leed versteende ouders met onder hen het graf van hun zoon. Beiden geknield door het diepe leed dat elk verloren kind met zich meebrengt. De vader met ingevallen wangen en een verbeten trek om de mond, zijn armen kruiselings om zijn lichaam geslagen, richt het hoofd op uit zijn opgetrokken schouders. De moeder, Käthe Kollwitz zelf, knielt voorover gebogen met de ogen gesloten. Ze drukt met de rechterhand de mantel die ze draagt tegen haar wang. Elk in een verdriet dat mekaar niet raken kan, maar in wezen toch hetzelfde is.  Käthe Kollwitz schreef zelf ooit op : “Ik heb je gevoeld mijn jongen, vele, vele keren…”

De foto van Peter Kollwitz en die van de kleinzoon Peter… In Rshew staat er zeker een goede kopie van het ‘Treurende Ouderpaar’, maar wat hier ligt in Vlaamse grond is uniek. Het ligt er juist in een groen bos, ondanks inbijten van vorst en weer. In de mist en donkerte wandelen we weg uit deze “tuin van de eeuwigheid”, die best onze aandacht mag hebben. De lange dag heeft ons toch iets geleerd over doorzetters … we zijn maar leerlingen.

Met dank aan Tone Vannieuwkerke en collega Didier Van Houts voor de feilloze organisatie.

Info:

 

Perscontact: Tone Vannieuwkerke Tone.Vannieuwkerke@koekelare.be

Auteur : Michaël Meyers & Rita Goethals (Planet Prudence)

Foto’s : Maurice Van Bavel & Yves Verfaillie (Koekelare), Rita Goethals (Planet Prudence), Didier Van Houts (Vladslo)