BFTP - Belgian Federation for Tourist Press | Trainworld Schaarbeek
3605
single,single-post,postid-3605,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-10.0,wpb-js-composer js-comp-ver-4.12,vc_responsive
 

Belgian Federation of Tourist Press

DSC02093

Trainworld Schaarbeek

Zaterdag 28 januari 2017 BFTP studiebezoek Train World in Schaarbeek
In stomende vaart langsheen een parel van onze Belgische industriegeschiedenis!

28012017002We sporen er dikwijls achteloos doorheen. Maar het station van Schaarbeek is één van de oudste in de Belgische spoorgeschiedenis. Ontworpen in 1887 in Vlaamse neorenaissance stijl kende het in de art-nouveau tijd een felle toeloop van reizigers. Schaarbeek was toen één van de betere buurten in het Brusselse. Het nieuwe station kwam ook cruciaal te liggen op de eerste Belgische spoorwegas Mechelen-Brussel reeds in 1835 gerealiseerd.

We worden ontvangen met koffie in de Brasserie RN Express. Onze collega Marc Declercq die het studiebezoek organiseerde stelt ons voor aan Pieter Jonckers, de directeur van het Train World museum. Hij zal onze gedreven en goed gedocumenteerde gids voor vandaag zijn. In de brasserie 28012017010zelf, ooit voormalig douanekantoor, lokettenhal en wachtruimte informeert hij ons over de huidige omvang van Train World. Als vzw door de NMBS opgericht werd dit interactief museum op 25 september 2015 geopend door de koning. Nu telt het reeds 210.000 bezoekers en 1300 geleide bezoeken. In vergelijking met de bezoekersaantallen van het Deutsche Bahnmuseum en van het NS-museum in Utrecht doet men het niet slecht als jong museum met nog maar 14 medewerkers. Het museum zorgt ook voor events in de brasserie, de lokettenhal en polyvalente zaal op de eerste verdieping. Er zijn activiteiten voor kinderen en educatieve pakketten voor scholen voorzien. In 2017 zou de NMBS opnieuw stoomtreinen laten rijden vanuit Train World. Deze historische tours in weekends tijdens het hoogseizoen laten de bezoekers de kans om terug te reizen in de charme en uitdaging van het stoomtijdperk.

De salle des pas perdus

28012017016De oude lokettenhal in Vlaamse neorenaissancestijl werd in 1920 gerealiseerd. In de geest van de tijd werden vooral Belgische materialen gebruikt met ijzer, baksteen, hout en glas. In dit beschermd gebouw staan nu schaalmodellen in verplaatsbare kasten op wieltjes. Ze zijn nauwkeurig nagebouwd door studenten- stagiairs van de NMBS. De foto-en filmprojecties geven een impressie van de historische ontwikkeling van het treinwezen in België als eerste na Engeland. Nu is er de eerste tijdelijke tentoonstelling gehuisvest. De NMBS koos ervoor om Hergé, de geestelijke vader van Kuifje, te eren. In zijn strips reisde de beroemde reporter naar alle uithoeken van de wereld deels in de trein. Al was Hergé zelf geen fervent reiziger, toch geeft hij de trein een actieve rol in de avonturen van Kuifje. Op de loketten zien we de illustraties van die reizen. Zo is het met de internationale expres Brussel- Noord-Moskou via Berlijn dat Kuifje zijn reis onderneemt in ‘Kuifje in het Land van de Sovjets’. En treinen vinden we ook terug in de albums ‘Kuifje in Amerika’, ’De blauwe Lotus’, en de ‘De Zwarte Rotsen’. In de polyvalente zaal op de eerste verdieping (max. 60 personen) zien we vooral schetsen en tekeningen: de trein als plaats van actie met wilde achtervolgingen en ontsporingen in Kuifjes albums, maar ook Kwik en Flupke zijn present als leerling-machinisten.

Op de spoorwegpromenade

Trein museum 2017_7Langs de lokettenhal gaan we naar de spoorkade: déjà vu voor een aantal onder ons! Hier wat verder naar de parking toe vertrokken immers tot 2000 de befaamde ‘trains auto couchettes’ naar Frankrijk, Italië, Zwitserland, Oostenrijk en het voormalige Joegoslavië. Een van de rijtuigen dat er altijd bij was is de restauratiewagen van de Compagnie Internationale des Wagon-Lits. Je kan hem hier bezichtigen en men richt er ook het kinderatelier in met lunchpakket.

Midden op de spoorkade staat de imposante stoomkraan Juliette. Ze werd in 1912 in Engeland gebouwd, kon tot 35 ton optillen en werd ingezet bij treinongevallen. We zien ook nog een stoomkraan uit 1909 die met een vernuftig systeem tot 10 ton kon optillen op de goederenkaaien van het station Leuven.

Naar de nieuwe hallen (Hal 1)

De nieuw geconstrueerde hallen liggen op een deel van het rangeerterrein. Wanneer je hal 1 binnenkomt word je meteen overvallen door het donker. Maar lichtbundels op de zware massieve stoomtreinen, foto – en filmprojecties, en een intrigerende oplichtende kaart met de ontwikkeling van het Europese spoorwegnet contrasteren fel met de duisternis. Metalen gangpaden en trappen verbinden de stoomreuzen van weleer. De scenarist achter het museum wilde ook een interactief museum en dat is zeker waar gemaakt. Het reisuniversum van spoorwegen, stations maar ook de hele leefwereld van spoorlieden en de technische middelen die nodig zijn voor het spoor ontdekken we in onze wandeling.

DSC02029

Direct links bij de ingang zien we het schilderij van Jan Antoon Neuhuys ‘Départ de la Flèche le 5 Mai 1835’. Het illustreert het enthousiasme waarmee België, als een van de koplopers in de industriële ontwikkeling, zijn parel aan de kroon de trein koesterde. De rol van België in de ontwikkeling van spoorwegen en benodigd materieel was erg groot. De robuuste rangeerlocomotief type 5 bijvoorbeeld, was uiterst wendbaar en werd tot in China geëxporteerd. Op dit type locomotief stonden de eerste 35 jaar de stoker en machinist open bloot. Sporen was toen hard labeur en voor de reiziger meer sport dan genoegen.

De stoomlocomotief 29 was in dienst vanaf 1880. Het was Alfred Belpaire die er in lukte cokes te vervangen door goedkopere fijne steenkool. Daartoe ontwikkelde hij de vierkantige vuurhaard met groot roosteroppervlak en een groter rendement.

Een van de oudst bewaarde tenderlocomotieven is de ‘Pays de Waes’. Ingenieur Gustave De Ridder liet negen locomotieven van dit type bouwen om toen nog op smalsporen in te zetten. De spoorwegen werden in die tijd uitgebaat door private compagnies en de Pays de Waes reed tussen Antwerpen en Gent. In 2014 werd hij als enige overblijvende naar deze hal gebracht.

Even verderop zien we de Engelse type 18- bloktrein met een vermogen van 880 pk die goederenkonvooien van 375 ton aan kon. Deze superlocomotief werd ingezet in 1908 tussen Antwerpen en Brussel. Gefascineerd kan je kijken in de stuurpost met koperen buizen, de bedieningshendels en ‘werkende’ stoomfluit. Als je er de roodgloeiende vuurhaard bij denkt, besef je dat het voor die tijd een heel indrukwekkende machine geweest moet zijn.

De locomotief type 10, Pacific in 1913 gebouwd in Seraing door Cockerill werd het werkbeest van de latere NMBS (1926). Hij kon tot 120km per uur aan en was uiterst geschikt voor sneltreinen.

Achteraan in de hal vinden we de zaal van de tijd. We worden eraan herinnerd dat in de 19de eeuw de tijd zelfs in ons land niet gelijk was. In 1881 realiseerden onze spoorwegen als tweede land de gestandaardiseerde Brusselse tijd: van Oostende tot Arlon de uren gelijk dus!

De hal van de drie technologieën (Hal 2)

Trein museum 2017_17In de periode van 1935 tot 1966 kwamen er naast stoomtreinen ook diesel- en elektrische treinen voor. Eén elektrisch motorstel uit 1935 en de dieselmotorwagen 551, uitgerust met een vrachtwagenmotor van het Belgische merk Brossel illustreren dit. Maar de blikvanger waar men goed kan rondwandelen is de stoomlocomotief type 12 de 12004 Atlantic. Dit type deed dient tussen 1939 en 1962, meestal voor exprespassagiersvervoer. De 12004 reed laatst tussen Brussel en Lille en werd als enige toevallig van de schroothoop gered. Het waren alweer de Cockerillfabrieken die het type aan de NMBS leverden. Zijn gestroomlijnd profiel en zijn aerodynamische vorm geven deze stoomlocomotief een modern karakter. Maar het was ook een type 12-locomotief die in 1944 politieke gevangenen naar de dodenkampen bracht. Hij werd door onze spoorlieden zodanig voorzien van mankementen dat hij België nooit verliet. Een SS- generaal liet de gevangenen met stille trom vrij om in allerijl gekwetste Duitse soldaten op te laden. Van het hardnekkige verzet van onze ‘cheminots’ vinden we trouwens in het hele museum sporen.

In rijtuigen en seinhuisjes (Hal 3)

28012017037 DSC02156We bezoeken de rijtuigen actief. Het houten rijtuig van 1921 is nog zo nauw en strak in compartimenten opgedeeld dat de treinbegeleider moest uitstappen om van het ene rijtuig naar het ander te geraken. Bij een gebeurlijk ongeval kon het letterlijk uit mekaar spatten. Het metalen rijtuig M1 uit 1937 verving de houten rijtuigen. Met de wet op het betaald verlof van 1936 was er ook de nood gekomen aan meer klassen in de rijtuigen (1ste,2de en 3de klasse).

Heel bescheiden in deze hal staat het originele spoorseinhuisje van het rangeerstation. Er is gewoon overheen gebouwd. Tot 1958, tot aan zijn pensioen dus, was Pieter Paul Telemans verantwoordelijk voor deze spoorsector. ‘Nog van ‘Den expo’!’ is het interieur maar beslist het bekijken waard om de sfeer te voelen.

Aansluitend op de echte sporen (hal 4)

Trein museum 2017_26Deze grote hal in verdiepingen wordt gedomineerd door een imposant stuk van de Pont du Luxembourg over de Maas. Op het gelijkvloers zie je het filmverhaal van de Brusselse Noord-Zuidverbinding die pas na een halve eeuw in 1952 gerealiseerd werd. We zien er de Koninklijke rijtuigen van 1901 gebruikt door Leopold II en Albert I. Aansluitend maken we kennis met het Koninklijke rijtuig van 1939. In art deco uitgevoerd werd het gebruikt door Leopold III en later nog door Boudewijn. Ze zijn alweer van de Compagnie Internationale Wagons- Lits, met een slaapkamer en een groot salon waar we wandtapijten zien en bronzen kandelaars. Ook een keuken en een koelkast zijn voorzien. In 1982 werd de Koninklijke trein voor het laatst gebruikt en het Koninklijke station van Laken raakte in verval.

Aan de andere kant van de hal maken we kennis met enkele markante exprestreinen van de 20ste eeuw. De driestroomlocomotief reeks 15 van 1962 trok eerst de TEE en kon van spanning wisselen. Dat was nodig want Nederland, België en Frankrijk gebruikten toen nog elk een ander soort voltage. Een aantal onder ons herinneren zich nog de Trans Europe Express. Hier vinden we een 1ste klasserijtuig van de lijn Bruxelles-Paris Nord, die als naam had TEE 81 Rubens. Vanaf 1957 werd er met de TEE-treinen gestart. In de topjaren tussen 1960 en 1970 haalden ze 160 km per uur. Lichtheid en moderniteit kenmerkten het interieur van de inox rijtuigen. Voor de redelijk gegoede klasse die er mee reisde was er allerlei luxe aan boord. Restauratie, bar, disco en zelfs een haarkapper moesten het cruisegevoel versterken.

Op de eerste verdieping kan je op twee niveaus over een stuk Pont du Luxembourg wandelen. Dit Belgisch vakwerk met stalen constructies is opgebouwd uit driehoeken en ruiten die het dragend vermogen versterken. Hier heb je ook een mooi uitzicht op het werkend station Schaarbeek. Op de bundel M-sporen aansluitend op de hal worden nu de treinen naar Dinant gestald. Op die sporen komt er misschien in de toekomst nog nieuw rollend materieel uit de stelplaatsen van La Louvière en Steenbrugge aan.

Trein museum 2017_27Terug naar de uitgang toe hebben we nu een bovenzicht op alle uitgestalde treinen en rijtuigen. Onderweg kan je zelf een moderne treincockpit besturen. Er zijn replica’s van de nieuwste treinen Eurostar en Italo. Even de zoektermen Italo en National Geographic op Google hanteren en je ziet de Italo met 550 km per uur doorheen Zuid-Italië glijden. En dan net voor de uitgang is de cirkel rond! Daar staat een replica van ‘Le Belge’ in 1835 in Seraing gebouwd die een snelheid van 60km per uur haalde.

In de museumwinkel danken we onze gids voor deze fascinerende rondleiding. Train World is niet alleen een museum in opmars, maar is ook investeringen waard.

Info: http://www.trainworld.be
Perscontact: Pieter Jonckers pieter.jonckers@b-rail.be

Auteur: Michaël Meyers
Foto’s: Maurice van Bavel, Yves Verfaillie en Trainworld