21 jun TUNESIË: de veerkracht van het toerisme
Ontwikkeling van het internationaal toerisme
Tunesië was jarenlang dé topper van Afrika voor het aantal internationale toeristen (met naar herkomst de Fransen op nr.1), met een indrukwekkende groei in de periode 1970-1980: in 1970 met 411.000 personen en in 1980 waren het er 1,6 miljoen. Vanaf 1956 (onafhankelijkheid van Tunesië op 20 maart) begon de Tunesische overheid het toerisme te ontwikkelen. De belangrijkste toeristische centra waren Hammamet (het eerste hotel Miramar werd opgericht in 1959), Sousse, Monastir (opening internationale luchthaven in 1968) en het eiland Djerba (dat al vlug in het “verzadigingsstadium” terecht kwam) en werden gekarakteriseerd door zon-zee-strand toerisme.
’s Lands eerste geïntegreerde toeristisch centrum Port El Kantaoui werd opgericht (1974-9) als een Tunesisch dorp rond een nieuwe jachthaven en bleef lange tijd het meest luxueuze resort van Tunesië. Maar het had niets met authenticiteit te maken en is intussen sterk verouderd. Men heeft er de indruk dat de tijd is blijven stilstaan. Yasmine Hammamet is ook van uit het niets ontstaan in de laten jaren ‘90, maar heeft beter ingespeeld op modernisering en in de omgeving werd in 2009 de nieuwe internationale luchthaven Enfidha-Hammamet geopend.
De periode 1980-2000 werd gekenmerkt door verdere expansie en massatoerisme. Tot en met 2010 groeide het land verder uit tot bijna 8 miljoen internationale toeristen.
Het toerisme kende een sterke terugval door de Arabische Lente (2011), met de terroristische aanslagen van de IS (vooral in 2015, in het beroemde Bardo Museum in Tunis, en in het luxehotel Imperial Marhaba vlakbij Port El Kantaoui), en door COVID (2020-2022)noteerde men een terugval tot 2 miljoen toeristen, maar het land is veerkrachtig en herstelde telkens opnieuw.
In 2025 noteerde men naar schatting een record van 11 miljoen toeristen. Toerisme is een belangrijke pijler voor de economie (naast landbouw, visvangst en textielindustrie) met ca. 14% van het BBP (2022).
Tunesië blijft vooral in trek bij Europese toeristen. Toch is waakzaamheid geboden op vlak van politiek en veiligheid. Er is modernisering en nieuwbouw nodig. Voor de toeristische pers is het onbegrijpelijk en onlogisch dat alleen Tunesische journalisten vrije inkom krijgen in de toeristische attracties, maar dat de internationale pers de volle toegangsprijs (die wel redelijk is) moet betalen. Nochtans kan het land extra promotie gebruiken, want het internationaal toerisme blijft broodnodig.
De centrale toeristische kustregio
Tunesië heeft 1.298 km aan kustlijn met de Middellandse Zee. Wij bezochten het meest toeristische deel tussen de badplaatsen Nabeul en Monastir, aan de zgn. Golf van Hammamet.
Nabeul
Opgericht door de Feniciërs in de 5de eeuw v.Chr. (vgl. Carthago: opgericht in 814 v.Chr. nabij het huidige Tunis, dat de hoofdstad werd van het Carthaagse Rijk). Deze aangename provinciehoofdstad is hét Tunesische centrum van de keramiek en oranjebloesem. Bezoek deze typische stad op vrijdag, tijdens de kleurrijke wekelijkse markt.
Hammamet
Indertijd een vissersdorp, is de oudste badplaats van het land met uitgestrekte fijn- zandstranden en tal van hotels (met Sinbad als meest luxueuze). Dé toeristische attractie is de indrukwekkende Kasba (15de e.), een fort aan de ommuurde Medina met de obligate souks in de smalle straten. Het internationaal cultureel centrum (°1964) organiseert het jaarlijkse internationale festival van Hammamet. Het nabijgelegen recentere Yasmin Hammamet met talrijke (spa)hotels, congrestoerisme en casino trekt massatoerisme aan.
El Kantaoui / Port El Kantaoui
Belangrijke badplaats en jachthaven. Veel 5* hotels (de Tunesische norm is veel minder streng dan de Belgische) zijn gelegen langs het strand, zoals het onze Iberostar (van de Spaanse hotelketen). Het indertijd gerenommeerde Port El Kantaoui spreekt boekdelen over de verloedering… hier is modernisering dringend nodig. Zelfs de dame van de toeristische dienst bleef onverschillig bij mijn bezoek en het aantal brochures zijn beperkt. Naast de jachthaven zijn de verlichte fonteinen en de golf bekend. Bij minder goed weer kan je naar de Moderne Mall of Sousse (130 winkels, mooi op westers niveau, maar veel te duur voor de eigen bevolking).
Sousse
Na Tunis en Sfax de grootste stad van het land, met veel industrie, visvangst en toerisme. Opgericht door de Feniciërs werd het later een Romeinse stad. Hier moet je vooral zijn voor de culturele bezienswaardigheden. Wij bezochten de indrukwekkende Grande Mosquée (98% van de Tunesische bevolking is islamitisch, weliswaar gematigd zodat men ook kan genieten van een Tunesische wijn!) binnen de omwalling van de versterkte middeleeuwse en sfeervolle Medina (betekent “stad” en wordt meestal gebruikt voor de oude binnenstad) dat sinds 1988 Unesco Werelderfgoed is. De witte gevels met blauwe accenten zijn typisch voor Tunesië.
Wij flaneren langs de nabijgelegen vierkante (38m hoge) wachttoren van het versterkte fort Ribat (8e e.) door de typische, maar vrij toeristische, souks naar de Kasba (versterkt fort, citadel) met het zeer interessante Archeologisch Museum. Dit is een must voor Romeinse mozaïeken (zoals de 3de eeuwse Triomf van Bacchus of de 2de e. Zeegod Oceanus). Het moderne stadsdeel langs de kust is een toeristische trekpleister.
Monastir
Kende als badplaats een hoogtepunt in de periode 1980-90. De internationale luchthaven is duidelijk aan vernieuwing toe!
Het is een mooie plaats die vooral interessant is voor het indrukwekkende (gratis te bezoeken) Mausoleum van Habib Bourguiba (opgericht in 1963, lang vóór zijn dood!), de eerste president van Tunesië, hier geboren in 1903. Zijn graftombe staat in het octogonale hart van het prachtige monument. Er is een zaaltje met tal van foto’s en persoonlijke herinneringen aan de populaire president (die in 2000 overleed).
Wij rijden langs de jachthaven en het uitgestrekte buitenverblijf van Bourguiba langs de kust. In het centrum ligt de indrukwekkende Ribat met erlangs de grote moskee.
Excursies naar het binnenland
Kairouan
Werd opgericht in 666 en behoort tot de 4 heilige steden van de Islam (samen met Mekka, Medina en Jeruzalem). Onder de meer dan 100 moskeeën zijn de Grande Mosquée (de oudste van Noord-Afrika) en de Mosquée du Barbier de bekendste. De eerste (°7de e.) is gelegen achter het kerkhof en heeft een grote cour, de bidzaal (alleen toegankelijk voor islamieten) en de minaret; de tweede heeft ruimtes met prachtige keramiek (van Nabeul) en tapijten. De beroemde enorme Aghlabidische waterbassins (°862) getuigen van de geavanceerde middeleeuwse watertechniek en zijn nu in restauratie.
Bezoek het typische autovrije centrum van dit bedevaartsoord, met o.m. de Bir Barouta (een 17de e. noria, in beweging gebracht door een kameel) en de souks waar je street food in overvloed vindt en het honinggebak makhroudh moet proeven. Tunesië heeft trouwens aan aantal bekende gerechten, zoals couscous, de salade mechouia en brik ( bladerdeeg gevuld met o.m. ei, tonijn, kip). Spicy is de harissa, op basis van rode peper, om te kruiden en als dipsaus.
El Jem
Van ver zie je in deze kleine stad het indrukwekkende Romeinse ellipsvormige amfitheater van Thysdrus (°230-238) van 148m x 122m, dat met een capaciteit tot ca. 30.000 personen het derde grootste in van het Romeinse Imperium (na het Colosseum in Rome, en dat van het minder bekende Italiaanse Capua). De 3de verdiepingen met bogen reiken tot 36m hoogte. Hier werden gladiatorengevechten gehouden, alsook publieke evenementen en optredens. Men kan hier zó naar binnen lopen, tussen de tribunes door wandelen en zelfs de ondergrondse ruimtes verkennen waar ooit de dieren en gevangenen wachtten. Regelmatig worden s’ avonds concerten en optredens georganiseerd. Kortom: dit Unesco Wereld-erfgoed (1979) is een unieke ervaring is. Tunesië telt niet minder dan 9 Unesco-sites, met het eiland Djerba als recentste (sinds 2023).
Een must is ook het bezoek aan het Archeologisch Museum met overblijfselen (zelfs huizen) uit de Romeinse periode en een overvloed van prachtige mozaïeken (vele met dierenmotieven). Er is ook een zaal El Jem in het beroemde Bardo-museum in de hoofdstad Tunis.
Tunesië praktisch
Tijd: GMT +1 (zoals in ons land, maar er is geen zomeruur).
Munteenheid: dinar (1 euro is ca. 3,3 dinar)
Officiële taal: Arabisch. Frans blijft de 2de taal (ook in het onderwijs), maar het Engels neemt sterk in belang toe.
Ideale reistijd: mei, juni, september en oktober.
Contact: belgium@discovertunisia.com
Tekst en foto’s: Patrick De Groote – Header: Tunesia.diplomatie.be








