BFTP - Belgian Federation for Tourist Press | 61 Eilanden in de Waddenzee – een ontdekkingsreis
41857
post-template-default,single,single-post,postid-41857,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-10.0,wpb-js-composer js-comp-ver-4.12,vc_responsive
 

Belgian Federation of Tourist Press

61 Eilanden in de Waddenzee – een ontdekkingsreis

Van de 61 Waddeneilanden liggen er 15 ten noorden van Nederland, 40 ten noorden van Duitsland en 6 ten westen van Denemarken. Het hele gebied kent een eigen dynamiek: door ‘Blanke Hans’: het onstuimig gedrag van de Noordzee veranderde de geografie van de eilanden meermaals: door stormvloeden ontstonden er, smolten er samen of verdwenen er. Er bestaat wel discussie over de definitie van een eiland. Wikipedia telt 8 Nederlandse Waddeneilanden, bij auteur Evert Jan Prins echter 15 daar hij ook de zandplaten meetelt, die niet overstromen bij hoogwater maar enkel bij springvloed.

Landschappelijk en historisch kennen de eilanden veel overeenkomsten, maar toch gaat de auteur op zoek naar iets karakteristiek voor elk.

De Waddeneilanden zijn synoniem voor unieke natuurgebieden rijk aan watervogels. Je vindt er groene kwelders in ondiepe getijdengebieden met fauna en flora die een voorkeur hebben voor een zoutbodem. Op kale vlaktes, ontstaan door het spel van wind en water, werden naald- en loofbomen aangeplant om verzanding tegen te gaan. Door het ontbreken aan hout werden her en der omheiningen opgetrokken met walvistanden.

Voor de auteur zijn geschiedenis en tradities van de bewoonde eilanden belangrijk. Ook krijgt de evolutie van lichtbakens voor de scheepvaart bijzondere aandacht: in de XVe eeuw golden het houten platformen waar aanvankelijk hout en later kolen gestookt werden. In de XIXe eeuw werden het olielampen en reflectoren en in de XXe eeuw uiteindelijk vervangen door elektrische lampen.

In de XVIe eeuw schuimden de Watergeuzen de kusten af op zoek naar Spaansgezinden. Ook smokkelaarsnesten waren hier niet vreemd.

De eilanden kenden afwisselend armoede en economische voorspoed: zo waren de Nederlandse Waddeneilanden de poort van de Zuiderzee naar de Noord- en Oostzee. Begin XVIIe eeuw was het hoogtepunt van economische welvaart met het ontstaan van de V.O.I.C. De meer noordelijke legden zich onder meer toe op de walvisvangst.

De Waddeneilanden waren van strategisch belang tijdens WOII: de Duitsers bouwden er communicatiecentra, verder vind je er resten van de Atlantikwall. Op enkele eilanden vind je kerkhoven waar Duitse en geallieerde soldaten broederlijk naast elkaar liggen. Door hun ligging echter waren de Nederlandse eilanden de laatste die bevrijd werden.

Op alle eilanden vind je kerkhoven van drenkelingen, op Ameland zelfs een dodenakker voor paarden die omkwamen bij een reddingsoperatie. Door zware stormvloeden waaraan de eilanden onderhevig zijn worden ze soms dagenlang afgezonderd. Op het Deense Moro vind je op een kerkzolder nieuwe doodskisten, voor noodgevallen.

Door hun specifieke ligging en woonomstandigheden overleven er nog veel tradities, zoals lokale koren met zeemansliederen. De ‘Klasohm’traditie, hoewel gevierd op 5/6 december, een ritueel waar de mannen centraal staan; het plaatsen van porseleinen hondjes op de vensterbank: staren zij naar buiten dan is manlief op zee, kijken ze naar binnen dan is hij thuis.

Eigen aan de Deense eilanden is het ‘Allemansrecht’: een Scandinavisch gewoonterecht om particuliere gronden vrij te betreden en er te recreëren.

Op de eilanden vind je ook architecturale pareltjes: van statige commandeurswoningen, raadhuizen, badhotels en monumentale panden tot knusse vissershuisjes. In diverse musea komen zowel kunst- als geschiedenisliefhebbers aan bod. Zeker mogen we de boothuizen met reddingssloepen en standjuttersmusea niet vergeten.

Maar niet iedereen apprecieert het eilandgevoel. Godfried Bomans en Jan Wolkers, ondervonden het zowel in positieve als negatieve zin. Bomans kon op de onbewoonde Rottumerplaat niet wennen (de luchtmacht dropten oordopjes om het geluid van krijsende meeuwen te dempen). Wolkers daarentegen sneed zelf de buik open van een dode zwangere zeehond om nog eventueel het jong te redden. Op Memmert woont slechts 1 persoon: de eilandvoogd die de vogelpopulatie bestudeert.

Nu is de belangrijkste bron van inkomsten op de eilanden het toerisme. De meest toeristische eilanden kan je bereiken met regelmatige veerdiensten afhankelijk van eb en vloed, per vliegtuig en per autotrein. Weinig of onbewoonde eilanden bereik je met wadloopgidsen, een tractorbus of een lokale schipper. Op autovrije eilanden rijden treintjes, paardenkoetsen en –trammen.

Niet minder dan 600 prachtige foto’s prijken in dit lijvige boek (2,9 kg), waarvan vele twee pagina’s groot zijn (47 op 31 cm). De Groningse tandarts Evert Jan Prins zwierf sinds 2002 op deze eilanden rond, zij het niet altijd op een legale wijze en met een neerslag van gesprekken met vuurtorenwachters, cranberryplukkers, eilandvoogden, vogelwachters, postbodes, schippers, eilanders…

Hij hanteert een vlotte verteltrant met aandacht voor natuur, cultuur, geschiedenis en tradities. Bij het openen van dit boek dacht ik nu ben ik geholpen om één Waddeneiland te gaan verkennen, maar de keuze is er nu niet eenvoudiger op geworden.

Geen boek om in je rugzak te steken, maar een warm aanbevolen naslagwerk over dit unieke natuurgebied dat op de Unesco werelderfgoedlijst prijkt.

Een uitgave van Noordboek, 2020, 399 p., ISBN 978 90 5615 673 2 , € 49,90. Recensent: Didier Van Houts