BFTP - Belgian Federation for Tourist Press | Als dieven in de nacht – Bokkenrijders in het Maasland
50743
post-template-default,single,single-post,postid-50743,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-10.0,wpb-js-composer js-comp-ver-4.12,vc_responsive
 

Belgian Federation of Tourist Press

Als dieven in de nacht – Bokkenrijders in het Maasland

De Bokkenrijders, wie kent ze niet? Ze roepen steeds weer tegenstrijdige meningen op. Voor de enen zijn het criminelen, de maffiosi van destijds, anderen vinden het volkshelden die tegen armoede en onderdrukking in opstand kwamen.  In het infopunt en museum aan de Markt kan men er een interessante tentoonstelling over zien. Koppel die meteen aan een stadswandeling, waarbij je langs diverse plekken passeert waar de Bokkenrijders een link mee hebben.

Pastoor Daniëls schreef het eerste boekje.

De Bokkenrijders situeerden zich in de 18e eeuw. Hun gedachtengoed kwam overgewaaid uit Nederlands-Limburg en het aanpalende Duitse Rijnland. Denk aan Schaesberg, Valkenburg, maar ook aan Herzorgenrath. In Belgisch-Limburg werden ze gesitueerd in Haspengouw en het Maasland. Er waren vier bendes: Wellen, Ophoven – Maaseik, Bree-Bocholt en Neeroeteren -Maaseik. Ze opereerden in twee golven. Namen als Henricus Houben, Dionysus van Carlo of Nolleke van Geleen bleken bekende figuren. Ondanks hun nachtelijke diefstallen, afpersingen en overvallen bleken het geen schavuiten of schorremorrie, maar veeleer ambachtslieden, kleine boeren tot zelfs gegoede burgers te zijn. Immers, Dionysus was zelfs burgemeester én goudsmid.  Eén en ander had te maken met de heersende armoede na de doortochten van diverse legers in de Oostenrijkse successieoorlog, de zevenjarige veldslag of de Franse revolutie.

In de eerste procesdossiers sprak men dan ook niet van bokkenrijders. De zgn. goddeloze bende ontstond nadat lokale geschiedschrijvers hun fantasie lieten lopen. Een eerste officiële vermelding vond men bij pastoor Daniels, die onder de auteursnaam Sleinada, tussen 1730 en 1799 leefde. Hij schreef als eerste ‘volkskundige’ lectuur over de regio van Nederlands-Limburg. En in de 19e eeuw was er ene Pieter Ecrevisse, leraar en jurist uit Obbicht die een Limburgse historische roman neerpende: ‘De Bokkenrijders in het land van Valkenburg’. Het betrof een literaire mengvorm van feiten en fictie, met daarbij tot de verbeelding sprekende prenten als illustratie.

Unieke voorwerpen.

Omdat men dacht dat het land door één bende werd geteisterd, die overal en tegelijk, op rooftocht ging, diende de bevolking hen duivelse krachten toe. De duivel, verzinnebeeldt door een bok, maakte al vlug van de dieven ‘bokkenrijders’. Eén en ander kaderde ook in de tijdsgeest: heksen vlogen ook door de lucht op hun bezem.

Uiteraard was niet alles fictie. Er bestonden wel degelijk bendes en ze maakten zich inderdaad schuldig aan afpersing en overvallen. Denk aan Nolleke van Geleen, die net buiten de stadsmuren van Bree woonde. Hij was kleermaker, violist en dansleraar en gehuwd met een beter bemiddelde vrouw. Nolleke werd verdacht en veroordeeld voor een gewapende overval op een herberg-brouwerij en het schrijven van brandbrieven.  Wie geen geld neertelde op een afgesproken plek, zag zijn huis afgebrand. Bescherming tegen betaling, zoals dit nu nog voorkomt bij de Maffia. En ook over Henricus Houben, die in een hoekhuis op de Markt woonde, is er heel wat terug te vinden in de annalen. Over zijn illegale praktijken, zijn aanhouding en foltering, tot zelfs zijn verdacht overlijden toe. Op de stadswandeling kan men Henricus’ huis, dat van de Drossaard, het vergiffeniskruis aan de Kruisherenkerk en nog andere woningen, waaraan een anekdote verbonden is, zien.

Tentoonstelling

Negen thema’s brandbriefleggers.

De tentoonstelling omvat negen thema’s en neemt de bezoeker mee naar het prinsbisdom Luik van de 18e eeuw, naar de wereld van de bokkenrijders. Aan de hand van een selectie bijzondere voorwerpen,  boeken, schilderijen en afbeeldingen neemt het museum de kijker mee op pad. Men komt er alles te weten over de sociale onrust en wantoestanden, de brandbrieven, de rechtspraak, het symbolisch huwelijk tussen de bok en het kwaad tot de uiteindelijke legendevorming, romantisering en de moderne cultuur. Dat alles met authentieke stukken, die speciaal voor deze expositie in bruikleen zijn gegeven.  De documenten en voorwerpen komen o.a. uit privécollecties, het Rijksmuseum van Amsterdam, het Stads- en Felixarchief Antwerpen, het Openluchtmuseum Bokrijk, het Agnetenklooster Peer, het Limburgs Museum in Venlo en het Centre Ceramique in Maastricht.

De tentoonstelling en bijhorende wandeling loopt nog tot 23 januari 2022. Een all-in ticket kost 5 euro, wandeling, inkom, catalogus en een smakelijk ‘bokkepootje’ in het nabijgelegen koffiehuis ‘Melk en suiker’ inbegrepen. Reserveren is verplicht en de covidmaatregelen zijn van kracht.

Info: Musea, Markt 45 te Maaseik, musea@maaseik.be of 089.819290

Perscontact: Stephanie Cousin   stephanie.cousin@maaseik.be

Tekst: Jempi Welkenhuyzen

Foto’s: Anne Marie Jacob