BFTP - Belgian Federation for Tourist Press | Komt Een Italiaan Naar De Nederlanden
50909
post-template-default,single,single-post,postid-50909,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-10.0,wpb-js-composer js-comp-ver-4.12,vc_responsive
 

Belgian Federation of Tourist Press

Komt Een Italiaan Naar De Nederlanden

In 2021 is het precies 500 jaar geleden dat de Italiaanse schrijver Lodovico Guicciardini geboren werd. Deze bijzondere verjaardag laat het Museum Plantin-Moretus niet onopgemerkt voorbij gaan. Met de expo “ Komt een Italiaan naar de Nederlanden” keert het museum met de bestseller van Guicciardini terug naar de welvarende Nederlanden van de 16de eeuw. Een expo die zeer luchtig en toegankelijk is opgevat vandaar de titel , met een knipoog naar “ Komt er een man naar de dokter”, het komisch programma van SBS6 , een commerciële Nederlandse zender.

Maar wie was Guicciardini en waarom is hij zo belangrijk voor Antwerpen?

Guicciardini was een geboren Florentijn ( 1521) en maakte deel uit van een familie van kooplui. Ze hadden ook een filiaal in Antwerpen en handelden vooral in Franse wijnen en graan. Door allerlei omstandigheden ging de zaak failliet en kon Lodovico  van zijn hobby, schrijven, zijn beroep maken. Hij werd voltijds schrijver. Hij had een natuurtalent voor observatie, reizen zat hem in het bloed, telt graag en maakt graag opsommingen. Ook raadpleegde hij meer dan 100 bronnen zoals Tacitus of Caesar.  Zijn bestseller was: “ Beschrijving van de hele Nederlanden “ en hier komt Plantijn op zijn pad.

De geschiedenis van het boek zelf.

“ Descrittione di tutti i Paesi Bassi” komt oorspronkelijk uit in 1567 en Willem Silvius is in Antwerpen de eerste uitgever. Silvius maakt 15 illustraties, kaarten op houtblok. Plantijn nam echter in 1581 hert drukkersprivilegie van Silvius over. Voor Guicciardini gingen nu meerdere deuren open. Plantijn neemt de oorspronkelijke houtsneden over van de weduwe van Silvius en maakt een uitbreiding van de illustraties. 15 worden er 55 en Plantijn gebruikt hiervoor etsen en gravures, zijn paradepaardjes. Plantijn heeft een enorm netwerk in Europa en het boek wordt een bestseller. Het werd zelfs en zes talen vertaald.

Wat staat in het boek en wat maakt het zo leesbaar?

Prent uit Prenten cabinet.

Je kan het in feite de eerste volledige stedenatlas van de Nederlanden noemen. Hij beschrijft de Nederlanden en zijn inwoners vanuit zijn blik als Italiaan die toen terecht kwam in een andere maatschappij.

Volg het boek via verschillende afgelijnde thema’s. Zijn intrede in Antwerpen. Zijn uitgebreide beschrijving van de stad Antwerpen, de haven en de vele gebouwen, straten, vlieten en vesten. Als bezoeker ziet je vervolgens ook Antwerpen als handelsstad, met de kooplieden, de beurs, de vele winkels en beroepen. Verder toont men wat de inwoners der Nederlanden aten en dronken, met ook aandacht voor landbouw en veeteelt. Zonder werk op het veld kwam er geen eten op de plank. Tot slot is er een beschrijving van de volksaard die hij vind bij zeden en gewoonten, de positie van vrouwen en vreemdelingen en de neiging om stevig te feesten.

Je loopt door het boek aan de hand van citaten van de schrijver. Zijn woorden worden visueel tot leven gebracht dankzij een massa prenten uit de collectie Prenten cabinet van het museum en de stad. Levendige gravures en etsen uit de zestiende eeuw. ‘ Het Plaatje bij een Praatje”.

Ook zij er enkele blikvangers: Een indrukwekkend plan van Antwerpen ( 265 cm!) uit 1565. Een werk van Bononiensis, een met de hand ingekleurde houtsnede, pas gerestaureerd en na de tentoonstelling gaat dit topstuk weer voor een tijd rusten in het depot. Trouwens deze Bononiensis was ook van Italiaanse oorsprong.

Een ander pronkstuk is een kaart van Vlaanderen uit 1540 van de hand van Mercator. Negen kopergravures die ruwweg een vierkante meter beslaan.

Tentoonstelling (werk Bononiensis).

Guicciardini houdt ons echt een spiegel voor: als inwijkeling ziet hij namelijk dingen die inwoners niet meer zouden opvallen. Er is een effect dat je altijd een terugkoppeling maakt naar nu. Hij vindt het leven in Antwerpen wel wat te uitbundig. Er is overdadigheid aan spijs en drank. Zijn lijfspreuk was dan ook: “Ne Quid Minus” ” In Niets Te Veel!”.

Naar goede gewoonte voorziet het Museum Plantin-Moretus in een rijk gevuld randprogramma bij de expo. (bv. gegidste rondleidingen en lezingen).

Ook kan je in het museum naar elf meeslepende audioverhalen luisteren (als het ware bij de haard). De verhalen zijn gemaakt door Vlaams schrijver en columnist Jeroen Olyslaegers.

Guicciardini bleef tot het einde van zijn leven in Antwerpen. Hij stierf wel arm en kinderloos. Hij werd begraven in de Kathedraal maar zijn graf is door de eeuwen heen verloren gegaan. Op Linkeroever is er nog wel een straat zijn naar hem genoemd.

Guicciardini zou vandaag een echte Antwerpenaar zijn. Fier om het centrum van de wereldhandel te zijn, maar luid vloekend in de file. Zijn leuze vandaag? Misschien:” Anversa è la citta, il resto è parcheggio”.

Expo loopt van 3 december 2021 tot 6 maart 2022.

Info: www.museumplantinmoretus.be

Perscontact: Nadia De Vree nadia.devree@antwerpen.be

Verslag: Gust Charrin

Foto’s: Victoriano Moreno