BFTP - Belgian Federation for Tourist Press | Logeren bij Belgen in Frankrijk
13901
single,single-post,postid-13901,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-10.0,wpb-js-composer js-comp-ver-4.12,vc_responsive
 

Belgian Federation of Tourist Press

logeren-bij-belgen

Logeren bij Belgen in Frankrijk

Laat het meteen duidelijk zijn: ‘Logeren bij Belgen in Frankrijk’ is een uiterst handige en vlot geschreven gids voor landgenoten die hun vakantie bij landgenoten in een ‘chambre d’hôtes’ of B & B willen doorbrengen. Wie zich voor een heus bain culturel in een puur Frans milieu wil onderdompelen en zijn moedertaal een poosje thuis wil laten, moet daarvoor andere infokanalen opzoeken. Maar zoals het auteursspan Peter Jacobs en Erwin De Decker terecht aanstipt, zijn de uitgeweken Belgen die in de gids een vermelding krijgen – voor het merendeel Vlamingen, merk ik – zelf ook uitstekende ambassadeurs van de streek waar ze zijn neergestreken. Hun kennis en ervaring kan dan een meerwaarde zijn.

Bij het vergelijken van de jongste editie (2018) met de vorige (2016) zijn er geen opvallend grote verschillen, behalve wellicht dat de schrijvers zich genoodzaakt zagen hun logeeradressen onder de nieuwe (en flink gecontesteerde) administratieve indeling in regio’s te rubriceren. Zo werd de regio Nord-Pas de-Calais-Picardie uit de editie 2016 vervangen door het weinig zeggende Hauts-de-France. Het zo vertrouwd klinkende Alsace-Champagne-Ardenne-Lorraine werd – tot groot ongenoegen van de voorheen duidelijk herkenbare inwoners van die streek – als het ware gedegradeerd tot het zielloze Grand Est. En zo zijn er nog meer. Gelukkig mochten de departementen hun vertrouwde naam behouden zodat het speur-en opzoekwerk in deze gids, handig en leuk bij het voorbereiden van een reis, vergemakkelijkt wordt. Ook de overzichts- en regiokaarten in de gids, telkens met vermelding per nummer van het logeeradres, zorgen voor geografische oriëntering. Dat een beetje chauvinistische Fransman bij voorkeur nog oude, historische provincienamen hanteert (inderdaad, van vóór de Franse Revolutie) als Poitou, Gascogne of le Quercy, zul je eenmaal ter plaatse vlug ondervinden.

Net als in de vorige gids is de keuze aan logeeradresjes, die over heel Frankrijk verspreid zijn, erg ruim en gevarieerd. Niet minder dan 192 chambres d’hôtes telt de gids; dat zijn er een tiental minder dan in de vorige uitgave. Wellicht zijn sommige exploitanten in de B&B-sector niet meer actief of beantwoordden de ‘geschrapten’ niet meer aan de criteria die de auteurs bij het samenstellen van hun gids voor ogen hadden. Die richtlijnen vind je bij de Gebruiksaanwijzing vooraan in de gids, samen met een overzicht van de gebruikte pictogrammen. Er staan ook enkele ‘nieuwe’ adressen in deze gids die op de betreffende pagina in de linkerbovenhoek het logootje ‘nieuw’ toebedeeld kregen. Zonder meer een gepaste attentie voor de trouwe gebruikers van de logeergidsen. Dat de auteurs in deze editie ook aandacht hebben voor specifieke doelgroepen is een pluspunt. Zo zullen bijv. natuurliefhebbers, vogelspotters en fotografen zich perfect thuisvoelen in B&B Brenne & Berry in de Indre (nieuw), surfers welkom zijn in Board ’n Breakfast bij het sportieve stel Anton en Ine in Labenne-Océan in de Landes en motorrijders vinden de gepaste accommodatie in Tour’n’Sol bij Erik en Dina in Grospierres in de Ardèche. De kijkers van La vie en rose van Annemie Struyf, de serie waarin de tv-maakster mensen volgt die hun geluk in Frankrijk gingen zoeken, zullen al of niet verrast zijn als ze in de gids op p.136 plotseling ‘Nancy, Steve en ‘onze’ Yarno’ zien opduiken die in 2016 met hun B&B ‘Le Parc des 4 Saisons’ in de rustige Limousin een heropstart maakten. Ik bots bij het doorbladeren ook op de West-Vlamingen Christophe en Bart en hun ‘Domaine de l’Isle Basse’ (p. 350) in de buurt van Cahors waar ikzelf ooit een nacht heb doorgebracht. Ze hebben er samen een prachtige boerderij met pittoreske duiventoren gerestaureerd en er wordt bovendien een aardig potje gekookt. Misschien toch even deze kleine bedenking. Dat de auteurs het grootste aantal logeeradressen terecht in het zonnige zuiden van Frankrijk (Côte d’Azur, Provence, Languedoc-Roussillon) situeren lijkt me logisch – het is nu eenmaal de voorkeursbestemming van de meeste Belgen –, maar daardoor worden mijns inziens bestemmingen in Bretagne (3 adressen) en de Loire-streek met de vele kastelen (7) toch wel wat stiefmoederlijk behandeld. Alle begrip voor de auteurs die, zoals altijd als het aanbod immens is, keuzes moesten maken. Naar een verklaring moeten we gissen.

De informatie over de respectieve gastenverblijven volgt, net zoals in de vorige editie, telkens hetzelfde stramien: naam en adres, soms met foto van eigenaars, pictogrammen met accommodatie (zwembad, tâble d’hôtes (maaltijd), aanwezigheid van een gîte, prijsindicatie…), situering en korte beschrijving van woning (aantal kamers), locatie, faits divers over eigenaars en doelgroep. In een kadertje krijg je nog een drietal doe-en/of bezoektips in de buurt met als afsluiter enkele webstekadressen. Deze gegevens die telkens netjes 2 bladzijden bedragen, worden met welgekozen, uitnodigende foto’s gelardeerd. In vergelijking met de gids van 2016 zijn sporadisch nieuwe of andere foto’s gebruikt en de azuurblauwe basiskleur (2016) is ter onderscheiding in editie 2018 vervangen door smaragdgroen. Ook het voor-en achterplat kregen nieuwe, even smaakvolle foto’s die doen wegdromen van een ontspannen en heerlijke vakantie in het favoriete vakantieland van de Belgen. Het taalgebruik is helder, vlot en verzorgd. Dat de gids lekker wegleest heeft ongetwijfeld ook te maken met de inlevende toon van de auteurs die getuigt van een warme belangstelling voor die zogenaamde dromers, doeners en durvers die hun levensdroom in La douce France waargemaakt hebben. Of het in elk geval proberen.

Uitgave: Lannoo, Tielt, 2018, 430 blz., 19,99 euro   www.lannoo.be

Recensent: Guy Meus