BFTP - Belgian Federation for Tourist Press | Take The Slow Road Ierland & Take The Slow Road Frankrijk
44753
post-template-default,single,single-post,postid-44753,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-10.0,wpb-js-composer js-comp-ver-4.12,vc_responsive
 

Belgian Federation of Tourist Press

Take The Slow Road Ierland & Take The Slow Road Frankrijk

Inspirerende reisroutes door Ierland en Frankrijk met camper, caravan of auto

Goed nieuws voor de groeiende schare van kampeerliefhebbers, en vooral voor hen die er graag wat avontuurlijker op uittrekken met een kampeerbusje of camper, te onzent ook wel eens mobilhome (zwerfwagen) genoemd en bij onze zuiderburen camping-car. In de reeks Take The Slow Road verschenen recent twee nieuwe gidsen van de Britse camperfanaat Martin Dorey die eerder in dezelfde reeks ook al een gids over Schotland schreef (zie recensie op deze website). De titel van de reeks maakt de opzet van zijn reizen meteen duidelijk: ‘slow road draait om reizen in een tempo waardoor je jezelf kunt onderdompelen in de plaats, de mensen en de gebruiken’. Daarvoor heeft hij dit keer de steven gewend naar het kampeervriendelijke Ierland en het populaire vakantieland Frankrijk waar hij telkens meer dan twintig mooi uitgewerkte routes heeft uitgestippeld die zowel wandelaars, surfers als natuurliefhebbers op hun wenken bedienen. Kamperen staat daarbij centraal en met dat doel heeft hij voor elke streek telkens enkele geschikte, leuke of unieke camperplekken geselecteerd. Bij het grasduinen in de twee lijvige kleppers gaat het momenteel zwaar op de proef gestelde nomadische hart van elke reislustige ongetwijfeld in overdrive, maar spontane uitbraakreflexen dienen toch nog even beteugeld te worden.

Zelfde stramien

Na een erg lange inleiding (telkens bijna 60 blz.) over alles wat je als kampeerder moet weten over kampeeruitrusting, benodigdheden (van oprijblokken tot -welja- een stuk ‘zeep’ begod), overnachten, kaartmateriaal, rijgedrag in de respectieve landen en een handvol nuttige contactadressen, volgt het interessantere deel: de uitgestippelde routes die de mooiste streken van de twee landen bestrijken. Frankrijk deelt hij in vijf grote regio’s in waarbij niet minder dan 26 routes uitgezet worden. Idem voor Ierland waar -voor de kenners- achtereenvolgens Leinster, Munster, Connacht, Meath en Ulster via 24 routes beschreven worden. Elke route is volgens hetzelfde stramien opgebouwd. Een voorbeeld.

Langs en door de Dordogne

Neem nu route 19 die van Brive-La-Gaillarde naar Montignac loopt en de mooiste stukken van de Dordogne aandoet. Een schattig getekend kaartje met de in rood ingekleurde route, aangevuld met enkele aardige illustraties van prehistorische dieren uit de bekende grotten en een schilderachtig dorpje tegen de heuvel, de landmarks van de streek, leidt het hoofdstuk in. Dat start met een summiere toelichting bij de reisweg met info over doel (‘prehistorische locaties, middeleeuwse dorpen’), begin-en eindpunt, aantal kilometer, te voorziene reisdagen en de nummers van de deelkaarten uit de Grote Wegenatlas van Michelin. Voor Ierland worden de OS-kaarten (Ordnance Survey) vermeld. Vervolgens doet de hyperenthousiaste auteur in een soort dagboekvorm verslag over zijn bezoek aan de Grotten van Rouffignac en die van Lascaux. Die ervaring wordt doorleefd en sfeervol ‘verteld’. Dan volgt een hoofdstuk dat de Nederlandse vertaler ongelukkig ‘Het Rijden’ gedoopt heeft, waarbij de hele route aan de hand van de kaart met aanduiding van wegen en plaatsen beschreven wordt. De auteur weidt vervolgens enkele regels aan mogelijke overnachtingsplekken (met beknopte evaluatie) waarbij zowel officiële campings als zogenaamde ‘aires de camping-car’ (enkel voor kampeerbusjes en campers) aan bod komen. In een afsluitend hoofdstukje bespreekt hij heel kort wat er in de omgeving nog allemaal te zien valt. In het concept van deze gids is die beperkte informatie wellicht te verantwoorden, maar wil je pakweg over Collonges-la-Rouge, Beaulieu-sur-Dordogne, Turenne…iets grondiger geïnformeerd worden, dan is een reisgids toch wel aan te bevelen.

Vormgeving en taalgebruik

De beide gidsen ogen, net zoals dat voor Schotland het geval was, erg aantrekkelijk en liggen ondanks hun gewicht toch lekker in de hand. Dat heeft vooral te maken met de aangename en verzorgde lay-out. Het gebruik van zachte en telkens wisselende kleuren voor de beschreven streken, de afwisseling in de typografie en het gebruik van ‘vrolijke’ lettertypes, de papiersoort (sober mat), de rustgevende bladspiegel met voldoende witruimtes en last but not least de prachtige foto’s van dromerige landschappen, slaperige dorpjes en sportieve activiteiten die de teksten larderen, zorgen voor een fris en aantrekkelijk geheel. Het uitgebreide register op het einde is ook erg handig bij het voorbereidings-en opzoekwerk. De pretentieloze teksten in vertellende, badinerende stijl samen met het vertrouwelijke toontje van ‘wij kampeerders onder elkaar’ lezen lekker weg.

Enkele bedenkingen

Ik zou het een pluspunt hebben gevonden als de uitgever onder de vele foto’s of bij de illustraties een kort bijschrift had geplaatst, dit ter oriëntatie of opfrissing van de eigen herinnering. Ook zouden heel wat foto’s aan kracht winnen mocht er een vaardige fotoshopper aan te pas gekomen zijn. Vele zijn onscherp, te donker, te klein waar ze groter hadden moeten zijn, of omgekeerd. Dat het weer en het klimaat in Ierland niet bepaald Caraïbisch is, is bekend, maar dat het er volgens de foto’s altijd grijs, grauw en donker is, doet de waarheid toch wel enig geweld aan. Ook de overdaad aan foto’s van de ongetwijfeld fotogenieke auteur en zijn gezellin en hun om de vijf pagina’s opduikende kampeerbus (een VW Crafter, voor de kenners) kan leiden tot een visuele indigestie. Dat de auteur een natuurmens en bezield klimaatactivist is, verdient alle lof, maar storend wordt na een tijd het moraliserende toontje waarop hij de lezer denkt te moeten toespreken. Alsof de gemiddelde kampeerder zelf niet weet dat hij zijn kampeerplek netjes moet achterlaten. Zal niet zo bedoeld zijn of typisch Engels, maar het komt nogal bedilziek over. Ook de taalgrapjes waarmee hij af en toe eens uitpakt, zijn nogal melig. Dat heeft ook te maken met taal (en vertaling) die lang niet altijd en overal helder en trefzeker is. Klein voorbeeld op p.322 (F): ‘Grot met tekeningen van mammoeten en een elektrische trein die erlangs rijdt’, of op p.31: ‘Ga opzij wanneer het veilig is en laat diegene passeren’. Misschien had de Vlaamse uitgeverij die dit in Nederland vertaalde en uitgegeven boek op de Vlaamse markt brengt, ook wat meer aandacht mogen schenken aan het Vlaamse lezerspubliek. Voorbeeld: ‘Net als in Nederland rijd je in Frankrijk rechts en haal je links in’. Over het gebruik van de-woorden die voor Vlaamse oren vrouwelijk zijn en in Noord-Nederland niet (type: de grot: hij werd beschilderd; de zwembroek: hij hangt…) gaan we niet discussiëren, maar dat een restaurant of een zaak altijd ‘zit’ (gesitueerd is), begint na een tijdje te storen. Voor ‘biefstuk met patat’ knijpen we even een oogje dicht, maar ‘een chateaubriand met verse, krokante frietjes’ oogt iets smakelijker. Toch? Die pietluttigheden doen evenwel geen afbreuk aan mijn eindoordeel dat voor de kampeerliefhebber die dringend wil uitbreken naar Frankrijk of Ierland, in de boekhandel alvast een paar leuke gidsen op hem liggen te wachten. En dan rijden maar, maar traag.

Take The Slow Road Ierland, Martin Dorey, Spectrum-Lannoo, 2020, 368 blz., 25,99 euro,

ISBN 978 9000 37628 5

Take The Slow Road Frankrijk, Martin Dorey, Spectrum-Lannoo, 2021, 462 blz., 25,99 euro,

ISBN 978 9000 356486 1

Recensent: Guy Meus